Voorbeschouwing: Settimana Internazionale Coppi e Bartali 2022

Artikel van Wielerflits:Jeen de Jong

Mathieu van der Poel blijft na zijn knappe comeback in Milaan-San Remo nog een tijdje in Italië. De komende week rijdt MVDP – geheel toepasselijk voor een kampioen – een wedstrijd ter ere van twee Campionissimo’s: de Settimana Internazionale Coppi e Bartali. Vorig jaar stond Jonas Vingegaard in deze meerdaagse op het hoogste treetje van het eindpodium. WielerFlits blikt vooruit!

Historie

Wie de historie van de Settimana Internazionale Coppi e Bartali bespreekt, kan zich niet beperken tot de geschiedenis van de wedstrijd zelf. We hebben hier de wielerplicht om een moment stil te staan bij de legendarische naamgevers van de rittenkoers: Fausto Coppi en Gino Bartali. Door hun uitzonderlijke prestaties verwierven deze twee Italianen in de romantische jaren van de wielrennerij – de jaren dertig, veertig en vijftig – een welhaast goddelijke status. Het boek van Benjo Maso over de Tour de France van 1948 (die werd gewonnen door Bartali) heet niet voor niets Wij waren allemaal goden.

Coppianen en bartalianen
Coppi en Bartali vernederden bij tijd en wijle de concurrentie, maar bekampten vooral ook elkaar. Ze vochten heroïsche duels uit. Hun tweestrijd leidde ertoe dat vrijwel alle wielersupporters partij kozen voor een van de twee coureurs. Aan de ene kant had je coppianen, aan de andere kant bartalianen. Daar tussenin was eigenlijk niets. Wielerhistoricus Wout Koster wijdt in Eén man alleen op kop, zijn biografie van Coppi, een heel hoofdstuk aan deze fascinerende tweedeling tussen de toeschouwers. Tegenwoordig kunnen we nog een puntje zuigen aan de polarisatie uit die periode.

Gino Bartali tijdens de Giro d’Italia van 1994 met Evgeni Berzin – foto: Cor Vos

“Italië is een land dat al lang gekenmerkt wordt door verdeeldheid (…)”, schrijft Koster. “Een tussenweg was er nooit. En dat gold in de naoorlogse jaren ook voor de wielersport in Italië: Coppi of Bartali (…). Het was onmogelijk om níét de partij van één van de twee te kiezen, want overal waar je was, op je werk, op school, in de pastorie, in de bar, bij de slager of de bakker en ook thuis, diende je in discussies te laten weten of je een coppiano of een bartaliano was (…). Er wordt zelfs beweerd dat onderwijzers in hun klas de coppiani en de bartaliani in aparte rijen moesten zetten om slaande ruzie te voorkomen.”

Traditie en moderniteit
Maar waarom? Waarom deden de twee Campionissimo’s de gemoederen zo hoog oplopen? Waarom voelde de ene wielerliefhebber zich tot in het extreme aangetrokken tot Coppi, en de ander tot Bartali? De Italiaanse schrijver Curzio Malaparte, die ook door Koster wordt aangehaald, publiceerde in 1949 een essay met de titel De twee gezichten van Italië. Hierin gaat hij opzoek naar hetgeen Coppi en Bartali onderscheidt. Zijn conclusie is dat de twee renners exponenten van verschillende generaties zijn. Bartali is de vrome, vooroorlogse vertegenwoordiger van het conservatieve wielrennen; Coppi de moderne, vrije geest, die de wielersport juist wil vernieuwen met nieuwe diëten, tactieken en trainingsmethoden.

Fausto Coppi overleed op 40-jarige leeftijd aan malaria – foto: Cor Vos

Of, zoals Koster Malaparte parafraseert en citeert: “Bartali gelooft in de Voorzienigheid en heeft het gevoel dat hij door een engel de bergen op wordt geduwd. Coppi gelooft alleen in zichzelf, zijn spieren en zijn longen.” Zelf schrijft Malaparte dat Bartali “een kind van het geloof is” en Coppi eentje “van de vrij gedachte”. Deze duiding heeft in de loop der jaren veel ingang gevonden, maar Koster twijfelt aan de juistheid ervan. Volgens hem lagen de levensovertuigingen van de twee coureurs dichter bij elkaar dan Malaparte doet voorkomen. Vandaar dat hijzelf met een andere analyse komt. Ten grondslag aan de dichotomie tussen Coppi en Bartali ligt niet zozeer een verschil in opvattingen, maar een verschil in karakter, klinkt het oordeel van Koster.

We zouden hier nog dieper op in kunnen gaan, maar misschien is het verstandiger om dit vraagstuk te laten rusten. Hoezeer Coppi en Bartali ook van elkaar verschilden – op welke manier dan ook -, ze horen door hun gezamenlijke geschiedenis toch vooral ook bij elkaar. Wie Bartali zegt, zegt immers Coppi. En wie Coppi zegt, zegt Bartali. Coppi e Bartali. Twee tegenpolen? Ongetwijfeld, maar één geworden door hun rivaliteit.

Tweevoudig eindwinnaar Moreno Argentin – foto: Cor Vos

Terug naar – iets – recentere tijden: 1984. In februari van dat jaar werd, als eerbetoon aan Coppi en Bartali, de eerste Settimana Internazionale Coppi e Bartali georganiseerd. Onder andere Leo van Vliet, Ad Wijnands en Roger de Vlaeminck wisten een etappe mee te pikken, maar de eindzege ging naar een 23-jarige Italiaan: Moreno Argentin. Maar liefst acht jaar later, in 1992, voegde Argentin de rittenkoers voor een tweede keer toe aan zijn palmares. Een opmerkelijke statistiek, die in de verte enigszins doet denken aan de nog wonderbaarlijkere prestatie van Gino Bartali. Laatstgenoemde won de Tour de France in 1938 én in 1948. Tien jaar tussen twee Tourzeges – dat is nog altijd een record.

Genoeg Bartali voor vandaag, we willen de coppianen niet tegen het hoofd stoten. Daarom maar een vlugge blik op de rest van de erelijst. Hierop staan vooral Italianen: Giuseppe ‘Beppe’ Saronni (1986), Rodolfo ‘de apotheker’ Massi (1994) en Franco ‘de Dolfijn van Bibione’ Pellizotti (2005) zijn daar enkele van. Damiano Cunego schreef de wedstrijd twee keer op zijn naam en is daardoor, samen met Argentin, recordhouder wat het aantal overwinningen betreft.

In de jaren tachtig, negentig en nul waren er slechts sporadisch buitenlandse eindwinnaars. Alleen Laurent Fignon (1985), Rolf Sørensen (1990), Phil Anderson (1991), Romāns Vainšteins (1999), Ruslan Ivanov (2001) en Cadel Evans (2008) konden gedurende de eerste drie decennia als niet-Italiaan triomferen. Vanaf 2014, toen Peter Kennaugh eindlaureaat was, zijn de verhoudingen echter volledig omgedraaid. In de laatste acht edities stond slechts eenmaal een Italiaan op het hoogste schavotje: Diego Rosa in 2018.

Laatste tien winnaars Settimana Internazionale Coppi e Bartali
2021: flag-dk Jonas Vingegaard
2020: flag-ec Jhonatan Narváez
2019: flag-au Lucas Hamilton
2018: flag-it Diego Rosa
2017: flag-fr Lilian Calmejane
2016: flag-ru Sergey Firsanov
2015: flag-za Louis Meintjes
2014: flag-gb Peter Kennaugh
2013: flag-it Diego Ulissi
2012: flag-cz Jan Bárta


Vorig jaar

In 2021 moesten de deelnemers van de Settimana Internazionale Coppi e Bartali vroeg uit de veren op dag één. Net als in de voorgaande edities, begon de rittenkoers namelijk met een dubbele koersdag: eerst een ochtendetappe, daarna een ploegentijdrit. Gelukkig voor de coureurs konden ze er echter wel relatief rustig inkomen, want de rit in lijn waarmee werd geopend, was behoorlijk vlak. De uitslag getuigt daarvan: Jakub Mareczko versloeg Mark Cavendish in een massasprint.

Jakub Mareczko klopt Mark Cavendish – foto: Cor Vos

’s Middags, in de 10,8 kilometer lange ploegentijdrit, zegevierde Israel Start-Up Nation. Door een derde plaats van Deceuninck-Quick Step, mocht Cavendish de leiderstrui aantrekken. De Brit verloor dit tricot daags nadien echter weer, toen bergop gefinisht werd. Jonas Vingegaard sloeg in deze tweede etappe een dubbelslag. De Deen toonde zich op de slotklim net wat sneller dan Iván Ramiro Sosa en kwam zodoende aan de leiding te staan. INEOS Grenadiers kon op de derde dag dan wel weer juichen, nadat Ethan Hayter de sprint van een uitgedund peloton won. Opvallend trouwens: Hayter eindigde in alle vijf etappes van de ronde bij de eerste vijf.

Ook in de vierde, heuvelachtige etappe van San Marino naar San Marino was de jonge Brit er dus dichtbij. Maar de winst ging opnieuw naar Jonas Vingegaard, die weer de snelste was in een sprint – ditmaal van een iets grotere groep. Aldus verstevigde de renner van Jumbo-Visma zijn koppositie in het klassement. Dat weerhield hem er echter niet van om op de slotdag nog eens de aanval te kiezen: Vingegaard reed samen met zijn landgenoot Mikkel Honoré weg en hield het uit tot de streep. De dagzege moest hij aan Honoré laten, maar de eindoverwinning was een feit.

Het was een Deens feestje op de slotdag – foto: Cor Vos

Eindklassement Settimana Internazionale Coppi e Bartali 2021
1. flag-dk Jonas Vingegaard (Jumbo-Visma) in 19u03m47s
2. flag-dk Mikkel Honoré (Deceuninck-Quick Step) +22s
3. flag-au Nick Schultz (BikeExchange) +32s
4. flag-gb Ethan Hayter (INEOS Grenadiers) +36s
5. flag-es Javier Romo (Astana-Premier Tech) +39s


Parcours

Het parcours van de Settimana Internazionale Coppi e Bartali is zoals elk jaar afwisselend, maar kent wel de nodige wijzigingen ten opzichte van vorig jaar en de jaren daarvoor. Zo vertrekt de rittenkoers voor het eerst sinds 2013 niet vanuit Gatteo, waar op dag één steevast een rit-in-lijn en een ploegentijdrit gecombineerd werden. In plaats daarvan beginnen de renners nu met een pittige etappe van en naar Riccione. In de dagen daarna volgen een punchaankomst, een finish bergop en twee etappes waar van alles kan gebeuren. Zeker met Mathieu van der Poel aan het vertrek.

Dinsdag 22 maart, etappe 1: Riccione – Riccione (164,6 km)

De eerste, 164,4 kilometer lange etappe gaat, zoals gezegd, van start in Riccione. Vanuit deze kustplaats wordt naar het binnenland gereden, waar de renners twee lussen rijden. De eerste lus, die drie keer gedaan wordt, is met 27,7 kilometer ietwat korter en bevat de Mondaino (3,6 km aan 7,2%). Nadat deze helling voor de laatste keer bedwongen is, zet het peloton koers richting de tweede lus. Hierin treffen we de Grotta di Onferno (2,6 km aan 5,8%) en de Montefiore Conca (3 km aan 9,5%) aan.

Vooral de laatstgenoemde klim, waarvan de top op een dikke vijfentwintig kilometer van de streep ligt, zal angst inboezemen. De Montefiore Conce is slechts drie kilometer lang, maar die drie kilometer kunnen eindeloos aanvoelen. Het gemiddelde stijgingspercentage is hier namelijk 9,5%. Na afdaling volgt nog een kort klimmetje, maar is het vooral in dalende lijn terug naar Riccione. In die plek maken de coureurs net voor de rode vod een bocht naar links, de boulevard op. Langs de Adriatische Zee is het dan rechttoe-rechtaan naar de finish.

Start: 12.00 uur
Finish: tussen 16.00 en 16.26 uur


Woensdag 23 maart, etappe 2: Riccione – Longiano (165,9 km)

Rit twee is opnieuw lastig. Na de start in Riccione, een vlakke openingsfase en een eerste heuvel, rijden de renners richting een plaatselijke omloop. Dit rondje moet vier keer verreden worden en is 22,8 kilometer lang. Nadat de streep in Longiano voor een eerste keer gepasseerd is, loopt het eerst gestaag omhoog naar Roncofreddo (7,5 km aan 3,5%). Daarna wacht de klim naar Bivio Monteleone (2,3 km aan 6,6%).

Vervolgens is er een afdaling van ongeveer zes kilometer, die gelijk opgevolgd wordt door de Muro del Belvedere, waarop de finishlijn getrokken is. Deze helling is een kleine kilometer lang, kent een gemiddeld stijgingspercentage van tien procent en uitschieters tot vijftien procent. Perfect voor de puncheurs in het peloton.

Start: 12.10 uur
Finish: tussen 16.07 en 16.31 uur


Donderdag 24 maart, etappe 3: San Marino – San Marino (147 km)

Op dag drie trekt de Settimana Internazionale Coppi e Bartali naar het buitenland. Het buitenland? Ja, de start en finish van de koninginnenrit liggen namelijk in San Marino. Lang blijven de renners in eerste instantie evenwel niet in dit ministaatje, want ze rijden gelijk in zuidelijke richting, Italië weer binnen. Daar krijgen ze de Serra San Marco (12 km aan 4,3%) voor de kiezen. Na een lange afdaling, een kleine puist en nog wat vals plat naar beneden, bereikt de karavaan Dogana. Dit ligt weer in San Marino.

Vanaf het dorpje Serravalle is het vervolgens tien kilometer aan 5,7% klimmen naar de streep, die in totaal vijf keer overschreden moet worden. Vanaf de tweede passage is de helling naar de finish toe overigens wat korter. Alleen de laatste 5,7 kilometer van de berg moeten bedwongen worden, maar deze zijn met een gemiddeld stijgingspercentage van 7,5% wel de lastigste. Bovendien is ook de rest van het rondje vanwege de Chiesanuova (2,6 km aan 5,1%) verre van vlak.

Start: 12.10 uur
Finish: tussen 16.02 en 16.29 uur


Vrijdag 25 maart, etappe 4: Montecatini Terme – Montecatini Terme (158,7 km)

Voor de vrijdagrit maakt de organisatie een opvallende move. Nadat er drie dagen is gekoerst in de regio Emilia-Romagna, verplaatst de wedstrijd zich opeens meer dan tweehonderd kilometer naar het westen, naar Toscane. Vanuit Montecatini Terme gaat het direct heuvelop, maar dit is niet de lastigste etappe van de week. De klim naar Vico, die in totaal acht keer genomen moet worden, is namelijk niet al te zwaar. Het heuveltje op de plaatselijke omloop in en rond Montecatini Terme is 3,2 kilometer lang en stijgt gemiddeld met 5,3%. Nadat de top voor de laatste keer bereikt is, zijn er bovendien nog meer dan tien kilometer af te leggen. Sterke sprinters moeten hier terug kunnen keren.

De rappe mannen zullen meer vrees hebben voor een andere klim, die halfweg koers ligt. Het peloton wordt op een gegeven moment namelijk even van de plaatselijke ronde afgeleid om een grote lus buitenuit te doen. Daarin ligt de Goraiolo. Deze beklimming is met 4,8% ook een loper, maar duurt wel een dikke vijftien kilometer. Bovendien zijn de laatste kilometers wat steiler. Wie weet wat er gebeurt als de lichtere mannen hier besluiten om te gaan koersen.

Start: 12.10 uur
Finish: tussen 16.02 en 16.29 uur


Zaterdag 26 maart, etappe 5: Casalguidi – Cantagrillo (160 km)

Op de slotdag blijft het peloton in Toscane. De start van de laatste etappe vindt plaats in Casalguidi, de finish in Cantagrillo – twee plaatsen die tot dezelfde gemeente behoren. We blijven echter niet alleen maar in hetzelfde gebied rondfietsen, want na wat plaatselijke rondjes wordt begonnen aan een grote lus. Hierin liggen wel wat hellingen, maar het begint pas echt spannend te worden als we terugkeren in Cantagrillo.

Nadat de renners voor de eerste keer onder het finishdoek zijn doorgereden, beginnen ze aan de Mungherino (5,3 km aan 6,2%). Deze beklimming staat drie keer op het menu. Vooral de eerste 2,9 kilometer zullen erin hakken, gezien het stijgingspercentage van 8,1%. Hier kunnen serieuze verschillen gemaakt worden en veel tijd om terug te keren is er richting de aankomst niet meer. Als de uiteindelijke top gerond is, is het nog ongeveer dertien kilometer naar de finish.

Start: 12.20 uur
Finish: tussen 16.03 en 16.26 uur


Favorieten

Op het moment van schrijven, is er nog veel onduidelijk over het precieze deelnemersveld van de Settimana Internazionale Coppi e Bartali. Wel is bekend welke ploegen er mee zullen doen. Naast vijf ProTeams, acht Continentale formaties en een nationale selectie van Italië, staan er tien WorldTeams aan de start. Een daarvan is Jumbo-Visma. De winnaar van vorig jaar, Jonas Vingegaard, komt zijn titel niet verdedigen, maar Tobias Foss is er wel bij. De Noor, die dit jaar al zesde werd in de Volta ao Algarve, krijgt een jong doch sterk team met zich mee. Het is interessant om te kijken wat mannen als Mick van Dijke en Johannes Staune-Mittet in dit geweld kunnen. Koen Bouwman is ook een gevaarlijke klant.

De nummer twee van 2021, Mikkel Frølich Honoré, is in tegenstelling tot Vingegaard wel van de partij. De Deen is dit jaar nog een beetje onzichtbaar, maar wie weet stuwt de herinnering aan vorig jaar hem tot grote hoogten. Bij Quick-Step Alpha Vinyl zou Mattia Cattaneo – twaalfde in de laatste Tour de France – hier normaal gesproken ook goed uit de voeten moeten kunnen, al hebben we van hem eveneens (deels vanwege ziekte) nog weinig vernomen dit voorjaar.

Mikkel Frølich Honoré won vorig jaar de slotrit – foto: Cor Vos

Naast Jumbo-Visma en Quick-Step Alpha Vinyl reist ook dat andere topteam, UAE Emirates, af naar Emilia-Romagna. Met Diego Ulissi hebben zij misschien wel de topfavoriet in huis. De 32-jarige Italiaan kwam dit seizoen nog niet écht in de buurt van een zege, maar zijn conditie lijkt meer dan in orde, getuige zijn knechtenwerk voor Tadej Pogačar in de finale van Milaan-San Remo. Bovendien krijgt de achtvoudig etappewinnaar in de Giro d’Italia een parcours voorgeschoteld dat op zijn maat gesneden is: bijna elke dag moet hij mee kunnen dingen voor de dagzege. Lukt het hem ook om de eindzege mee te graaien?

UAE heeft naast Ulissi ook Alessandro Covi in de gelederen. De jongere landgenoot van Ulissi begon het seizoen uitstekend met winst in de Ronde van Murcia, een etappezege in de Ruta del Sol en ereplaatsen in diverse andere koersen. Dankzij zijn explosiviteit, zal hij ook in de Settimana Internazionale Coppi e Bartali veelvuldig van voren te zien zijn. Of hij tijdens de koninginnenrit ook bij kan blijven, is echter nog een vraagteken. Die dag lijkt het op papier toch meer voor de echte klimmers te zijn. Marc Hirschi heeft in het verleden bewezen dit werk ook aan te kunnen, maar hij rijdt pas zijn tweede koers van het seizoen. Zijn eerste koers – Per Sempre Alfredo – won de Zwitser echter direct. Zijn heupoperatie lijkt Hirschi geen windeieren te hebben gelegd, al kan uit één goede wedstrijd natuurlijk niet worden afgeleid dat hij helemaal terug is.

Diego Ulissi sprint naar een zevende plaats in de Trofeo Laigueglia 2022 – foto: Cor Vos

Normaal gesproken mag Alberto Bettiol in een vijfdaagse als deze ook van voren verwacht worden. De renner van EF Education-EasyPost heeft echter wat koersen moeten schrappen, omdat hij verzwakt was als gevolg van een coronabesmetting. Afgelopen week maakte hij dan zijn rentree, maar in zowel Milaan-Turijn als Milaan-San Remo fietste hij anoniem rond. Wat voor Covi geldt, geldt bovendien ook voor Bettiol: zelfs in zijn beste vorm zou het lastig voor hem worden om de lichtgewichten te volgen op weg naar San Marino. Een van die lichtgewichten is Jefferson Alexander Cepeda. De 23-jarige Ecuadoriaan van Drone Hopper-Androni Giocattoli werd vorig jaar zestiende in Coppi e Bartali, maar moet gezien zijn daaropvolgende prestaties in onder andere de Tour of the Alps tot meer in staat geacht worden.

Kijken we verder, dan komen we verschillende grote namen tegen, maar ook opvallend veel vergane glorie. Astana Qazaqstan stelt bijvoorbeeld Vincenzo Nibali op. De Italiaan maakte afgelopen woensdag, in Milaan-Turijn, weer zijn eerste koerskilometers, nadat hij wekenlang kampte met de verschijnselen van het coronavirus, een ontsteking aan de keelamandelen en koorts. De kans is dus klein dat we de Haai van Messina echt van voren zien. Van Chris Froome hoeft al helemaal niets verwacht te worden. De Brit maakt dinsdag zijn comeback, nadat hij zijn seizoenstart miste door een knieblessure. Een terugkeer á la Mathieu van der Poel in Milaan-San Remo lijkt echter onwaarschijnlijk, gezien de magere prestaties van Froome de afgelopen jaren.

Jefferson Alexander Cepeda werd vorig jaar vierde in de Tour of the Alps – foto: Cor Vos

Jakob Fuglsang, Froome’s ploeggenoot bij Israel-Premier Tech, zou tot meer in staat moeten zijn. Al komt de 36-jarige Deen er dit jaar ook nog niet echt aan te pas. Hij werd wel zesde in de Ronde van Valencia en tiende in Gran Camiño, maar in Strade Bianche en Tirreno-Adriatico – koersen waar hij ooit kon wedijveren met de besten – was hij niet op de afspraak. Toch behoort hij in dit veld tot de beste klimmers. Daar komt nog eens bij dat hij de steun heeft van Ben Hermans, die vorig jaar als zesde eindigde in het eindklassement van de Internationale Wielerweek. Mocht Fuglsang opnieuw tegenvallen, dan kan de Belg mogelijk ook voor eigen succes gaan.

Hermans is een van de jonkies bij Israel-Premier met zijn 35 jaar. Daarmee is hij even oud als Geraint Thomas, die het seizoen matig begon. Om die reden liet hij Tirreno-Adriatico schieten en laste hij wat extra trainingsweken in. Wellicht dat dat hem helpt om nu wel weer een rol van betekenis te kunnen spelen. Ethan Hayter zou dat zeker moeten kunnen: de Brit eindigde in de laatste Coppi e Bartali al als vierde in het eindklassement. Het parcours is dit jaar evenwel wat anders. Hoewel er ook destijds een finish in San Marino was, is de aankomst in het ministaatje ditmaal een stuk zwaarder. Het is dus is afwachten of Hayter nu opnieuw met de besten meekan.

Hayter was vorig jaar goed opdreef in de Internationale Wielerweek – foto: Cor Vos

Antonio Tiberi heeft dit seizoen al bewezen dat hij een aankomst bergop goed verteert. De 20-jarige Italiaan, die in 2019 wereldkampioen tijdrijden bij de junioren werd, reed in de Ster van Bèsseges naar een knappe derde plaats op Le Mont Bouquet. De renner van Trek-Segafredo hoefde enkel Tobias Halland Johannessen en Jay Vine voor te laten op de lastige helling. Nog zo’n Italiaans talent is Kevin Colleoni. Colleoni rijdt sinds 2021 voor BikeExchange-Jayco (dat overigens ook Tanel Kangert en Jan Maas aan het vertrek brengt). De 22-jarige coureur werd in februari al zevende in de Tour of Oman, nadat hij op ‘Green Mountain’ als vierde bovenkwam. Schrijf hem maar op voor de lastigste dagen.

Met Riccardo Ciuccarelli – om het nog even bij de Italiaanse jongelingen te houden – moet in die ritten ook rekening gehouden worden. De renner van Biesse-Carrera, die voor 2023 en 2024 al onder contract staat bij Drone Hopper-Androni Giocattoli, won vorig jaar een bergetappe in de Baby Giro. Cian Uijtdebroeks was toen nog junior. De Belg won in die categorie de een na de andere koers en debuteerde ook prima bij de profs, totdat hij ziek moest afstappen in de Saudi Tour. De inmiddels 19-jarige Belg is nu weer opgesteld door BORA-hansgrohe, waar Giovanni Aleotti de kopman lijkt te zijn. Vooral in de zomerperiode van vorig jaar reed Aleotti sterk in de rondte.

Kevin Colleoni liet zich zien in de Tour of Oman – foto: Cor Vos

Last but not least, noemen we ook Mathieu van der Poel nog. De Nederlander zei zelf een paar ritten uit te willen kiezen in Coppi e Bartali, maar dat was vóór Milaan-San Remo. In La Primavera bewees Van der Poel echter over een uitstekende vorm te beschikken en – belangrijker nog – dat hij iedereen keer op keer blijft verrassen. Wie weet dat hij dat nu weer kan. De donderdagrit is ogenschijnlijk te zwaar voor hem, maar als hij lang aan kan haken en in de overige etappes weer eens een rare stunt uithaalt, is niets ondenkbaar. Je weet het maar nooit met MVDP.

Nog wat namen die genoemd mogen worden, zijn Emil Dima (Giotti Victoria-Savini Due), Luca Covili (Bardiani-CSF-Faizanè) Rémy Mertz (Bingoal Pauwels Sauces WB) en Giovanni Carboni en Alessandro Fedeli, die beiden voor de nationale selectie van Italië uitkomen. Deze ploeg bestaat overigens voor een groot deel uit renners van het Russische Gazprom-RusVelo, dat de licentie ingetrokken zag worden door de UCI.


Sprinters

Echte sprinters hebben vrij weinig te zoeken in deze editie van de Settimana Internazionale Coppi e Bartali. Rit één, vier en vijf kunnen weliswaar in een sprint eindigen, maar dat zal niet met een voltallig peloton zijn. In elke etappe liggen onderweg de nodige hellingen, waardoor de anti-klimmers niet of nauwelijks kans op de dagzege hebben. Het is dan ook enigszins raadselachtig waarom Alpecin-Fenix Jakub Mareczko heeft opgesteld.

Types als de eerdergenoemde Mathieu van der Poel krijgen meer mogelijkheden. Ook etappe twee, als er gefinisht wordt op een venijnige helling, lijkt spek naar de bek van de Nederlander. Zijn grootste concurrent op al deze dagen is op papier Ethan Hayter. De Brit is eveneens gemaakt voor dergelijke parcoursen, zoals hij vorig jaar al liet zien. Maar ook uit eigen land zal Van der Poel tegenstand krijgen. Mick van Dijke is een alleskunner, die na een zware wedstrijd katterap is. De 22-jarige renner van Jumbo-Visma is bovendien dik in orde, getuige zijn ereplaatsen in de voorbije weken.

Mathieu van der Poel op het podium in Milaan-San Remo – foto: Cor Vos

Geen van de tot nog toe genoemde namen wist al te winnen in 2022. In tegenstelling tot Dušan Rajović (Team Corratec), die al drie keer mocht juichen. Twee keer daarvan was op .2-niveau, maar toch: winnen is winnen. Niet iedereen lukt dat zomaar. Voor Jon Aberasturi is zijn laatste zege bijvoorbeeld alweer van juni vorig jaar geleden, toen hij Matej Mohorič klopte in een rit van de Ronde van Slovenië. De Spanjaard is eindelijk weer fit na een zware valpartij in een van de wedstrijden van de Challenge Mallorca.

Afgelopen winter maakte Aberasturi de overstap naar Trek-Segafredo vanaf Caja-Rural. Bij die ploeg reed hij in 2019 samen met de Colombiaan Nelson Andrés Soto, die nu uitkomt voor Colombia Tierra de Atletas-GW Bicicletas-Shimano. Ook Soto heeft een stel snelle benen. Hetzelfde geldt voor Dion Smith (BikeExchange-Jayco), Marco Canola (nationale selectie Italie) en Milan Menten (Bingoal Pauwels Sauces WB).


Favorieten volgens WielerFlits
**** Diego Ulissi
*** Tobias Foss, Jakob Fuglsang
** Mikkel Frølich Honoré, Ethan Hayter, Alessandro Covi
* Marc Hirschi, Kevin Colleoni, Ben Hermans, Mathieu van der Poel

Website organisatie 
Deelnemerslijst


Weer en TV

Komende week is het prima koersweer in de regio Emilia-Romagna, waar de Settimana Internazionale Coppi e Bartali grotendeels plaatsvindt. De kans op neerslag gedurende de vijfdaagse is nihil en de temperaturen schommelen rond de vijftien graden. Helaas wordt de wedstrijd dit jaar niet live op de Nederlandse of Belgische tv uitgezonden.




Lees verder op Wielerflits.nl

Deel dit nieuws :

Share on facebook
Share on twitter
Share on whatsapp
Share on email
Share on print