Voorbeschouwing: Giro d’Italia Donne 2022

Artikel van Wielerflits:Tim de Vries

De Giro d’Italia Donne is een van de belangrijkste koersen voor het vrouwenpeloton. Vorig jaar wist Anna van der Breggen voor de vierde maal deze prestigieuze rittenwedstrijd op haar naam te schrijven. Weet Annemiek van Vleuten haar op te volgen of gaat er iemand anders met de eindzege aan de haal? WielerFlits blikt vooruit!

Historie

Denk aan historie, combineer dit met de Giro voor vrouwen en de naam Alfonsina Strada komt al snel bovendrijven, als ware het een Pavlovreactie. Het zegt menig wielerliefhebber vermoedelijk meer dan Maria Canins. Opmerkelijk, aangezien zij in 1988 de eerste editie van deze rittenkoers won en ook nog eens twee eindzeges in de Tour de France voor zich opeiste.

Misschien een bekendere naam uit de begintijd is Michela Fanini. In 1994 won zij drie etappes in de Ronde van de Europese Gemeenschap (de facto de Tour Féminin) en ze eiste daarnaast de eindzege in de ronde van haar land voor zich op. Een carrière met nog grotere triomfen leek in het verschiet te liggen, maar op 16 oktober 1994 verloor ze in haar geboorteplaats Lucca de macht over het stuur. De daaropvolgende klap tegen de muur overleefde ze niet. Michela werd slechts 21 jaar.

In de jaren na haar tragische dood zijn er diverse pleinen, straten en fietspaden naar haar vernoemd, evenals een voormalige wielerploeg en een meerdaagse. De Premondiale Giro Toscana Int. Femminile – Memorial Michela Fanini staat dit jaar van 22 tot en met 25 augustus als 2.2-koers op de kalender.

Waarschijnlijk gaan er nog meer belletjes rinkelen bij het noemen van Fabiana Luperini, de eerste die erin slaagde zichzelf op te volgen in de rittenkoers. Vanaf 1995 tot en met 1998 wist zij steevast de roze trui te veroveren. In 2008 zou ze hier nog een vijfde eindzege aan toevoegen. Hiermee staat ze bovenaan in de eeuwige ranglijst, nipt voor Anna van der Breggen, die afgelopen jaar haar vierde eindoverwinning wist te boeken.

Meervoudige winnaressen Giro d’Italia Donne

5 – Fabiana Luperini
4 – Anna van der Breggen
3 – Nicole Brändli, Marianne Vos
2 – Edita Pučinskaitė, Joane Somarriba, Mara Abbott, Annemiek van Vleuten

Tot aan het afgelopen decennium werd de Giro Rosa nog nooit gewonnen door Nederlandse of Amerikaanse rensters, maar sinds 2010 verdelen deze landen de buit. Marianne Vos heeft er drie in de pocket, terwijl Mara Abbott en Annemiek van Vleuten twee keer op de erelijst staan. Tussendoor was Megan Guarnier in 2016 ook nog eens de beste.

We kunnen er bij Vos ook niet omheen dat ze verreweg het meeste aantal ritzeges heeft weten te behalen. Houdt u gerust even de leuning vast: dertig in totaal. Dat komt neer op een winstpercentage van om en nabij één op de drie. Voegen we daar nog bij: zeven keer het puntenklassement, een keer het bergklassement en een keer de jongerentrui. En ook dit jaar zijn er weer een paar mooie winstkansen voor La Vos.

Enkel Fabiana Luperini (40 keer) droeg de Maglia Rosa vaker dan Marianne Vos (33 keer) – foto: Cor Vos

Een bekend filosofisch vraagstuk luidt: als een boom in een bos omvalt en er is niemand in de buurt om het te horen, maakt het dan geluid? En als je een wielerkoers organiseert in, we noemen maar eens een land, Italië, maar er is niemand die het op TV kan zien, bestaat de koers dan wel? Zó dramatisch is het natuurlijk ook weer niet, maar we kunnen niet om het feit heen dat een van de grootste kritieken op de Giro Donne het gebrek aan live-uitzendingen is.

Dat was ook de reden waarom de wedstrijd vorig jaar geen Women’s WorldTour-, maar een ProSeries-koers was. PMG Sport, dat vorig jaar voor het eerst tekende voor de organisatie, was het daar niet mee eens, maar daar konden ze weinig meer aan veranderen. De live-registraties van de editie van 2021 verschilden overigens ook nogal. Soms was het dertig kilometer, soms slechts tien, terwijl de koninginnenrit helemaal niet werd uitgezonden. Het was wel een verbetering ten opzichte van eerdere jaren, al lag de lat niet gigantisch hoog.

Was het afgelopen seizoen hoogspringen, dit jaar wordt het polsstokhoogspringen als we de organisatoren moeten geloven. Zo hoog komt de lat namelijk te liggen. In een ronkend persbericht wordt een live-registratie van twee uur aangekondigd dankzij overeenkomsten met Eurosport en de RAI. Dat belooft! Maar het is niet voor niets dat de zin ‘eerst zien, dan geloven’ bij de Giro Donne hoort. Voor we de vlag der victorie hijsen, laat ze de woorden eerst maar eens waarmaken.

En dat zal de wedstrijd vermoedelijk nodig hebben om te blijven bestaan. De laatste jaren had de koers het rijk alleen wat betreft prestigieuze zomerse meerdaagsen voor vrouwen, maar daar is dit jaar natuurlijk verandering in gekomen. Denk aan de Tour of Scandinavië, maar toch vooral aan de Tour de France Femmes. Er moet de komende jaren echt nog een paar tandjes bij. Het prijzengeld is al verhoogd tot 250.000 euro, nu is het zaak dat verdere evolutie volgt. Misschien haakt RCS Sport in de toekomst zelfs aan?

We zijn hoe dan ook erg benieuwd of de wedstrijd kan blijven aanhaken in de vaart der volkeren. Dat valt wel te hopen. Want ondanks dat liefhebbers van het cyclisme graag mogen klagen over een koers als deze, zou het zonde zijn om de Giro Donne, de Giro Rosa, of hoe de koers ook maar door het leven gaat, kwijt te raken.

Laatste tien winnaars Giro d’Italia Donne
2021: flag-nl Anna van der Breggen
2020: flag-nl Anna van der Breggen
2019: flag-nl Annemiek van Vleuten
2018: flag-nl Annemiek van Vleuten
2017: flag-nl Anna van der Breggen
2016: flag-us Megan Guarnier
2015: flag-nl Anna van der Breggen
2014: flag-nl Marianne Vos
2013: flag-us Mara Abbott
2012: flag-nl Marianne Vos


Vorig jaar

Na de ploegentijdrit was het Ruth Winder die de Maglia Rosa mocht aantrekken. Lang duurde dat feestje niet, want op dag twee stond de eerste aankomst bergop al op het programma. Op Prato Nevoso blies Anna van der Breggen iedereen weg en dat deed ze twee dagen later in de klimtijdrit nog eens. Ze reed daar zelfs twaalf rensters buiten tijd.

Was het dan een makkie voor AvdB? Nee. Zo’n belangrijke etappekoers winnen doe je natuurlijk niet op je elfendertigste. Elke dag is het stressen, er zijn altijd momentjes die ook maar zo anders kunnen aflopen. Maar Van der Breggen en haar sterke ploegmaats van SD Worx maakten het karwei keurig af. Op de Monte Matajur was er nog een heel mooie zege voor Ashleigh Moolman-Pasio, terwijl Demi Vollering en de aanstaande eindwinnares daarachter ook juichend over de streep kwamen.

Tussendoor was het ook een behoorlijk Nederlandse aangelegenheid, uitgezonderd de dagen waarop Emma Norsgaard en Coryn Rivera er met de etappe vandoor gingen. Zo won Lorena Wiebes haar eerste twee sprints en snelde Vos naar haar dertigste ritzege. Van der Breggen mocht naast de eindzege ook de puntentrui mee naar huis nemen, terwijl Lucinda Brand het bergklassement naar zich toe trok.

Eindklassement Giro d’Italia Donne 2021
1. flag-nl Anna van der Breggen (SD Worx) in 27u0m55s
2. flag-za Ashleigh Moolman-Pasio (SD Worx) op 1m43s
3. flag-nl Demi Vollering Team (SD Worx) op 3m25s
4. flag-gb Elizabeth Deignan (Trek-Segafredo) op 6m39s
5. flag-es Mavi García (Alé BTC Ljubljana) op 8m26s


Parcours

De Giro d’Italia Donne opent met drie dagen jakkeren over Sardinië. Na een proloog en twee ritten in lijn wordt de oversteek gemaakt naar het vasteland, alwaar de rensters steeds iets noordelijker zullen trekken.

Donderdag 30 juni, proloog: Cagliari – Cagliari (4,75 km)

Tijdritliefhebbers komen niet echt aan hun trekken in de Women’s WorldTour. Sterker nog: na deze proloog staat het aantal tijdritkilometers in de topdivisie dit jaar op 4,75. Vanuit het oogpunt van individuele organisatoren valt het wel te begrijpen, er zijn best redenen te verzinnen om geen tijdrit in een etappekoers te willen organiseren, maar voor de fraaie discipline is het natuurlijk wel jammer.

De proloog wordt gehouden in Cagliari. Het parcours loopt niet door het fraaie centrum, maar door de wijk Poetto. Deze wijk, ingeklemd tussen zee en zoutmeren, is vooral populair bij strandliefhebbers vanwege het zandstrand. Het te volgen traject is vrij simpel. Begonnen wordt op het meest zuidelijke puntje van de Via Lungo Saline. Deze weg wordt 1200 meter gevolgd, om vervolgens af te buigen richting het strand.

Vervolgens gaat het langs de paardenrenbaan naar het ziekenhuis, waar de rensters met een bocht van 180 graden rechtsomkeert maken. Vanaf dit moment hoeven de remmen niet meer worden aangeraakt. De Via Lungo Mare Spoetto wordt immers gevolgd tot aan de finish. Daar zal bekend worden wie de eerste roze trui mag aantrekken.

Start: 12.50 uur
Finish: rond 15.30 uur


Vrijdag 1 juli, etappe 1: Villasimius – Tortolì (106,5 km)

Ook de startplaats van de eerste rit in lijn is populair bij strandgangers en zee-aanbidders. Een hoop van hen zijn volledig roze. En dan bedoelen we niet Britse toeristen die te lang in de zon hebben gelegen, maar flamingo’s. Vanuit Villasimius gaat het de hele dag in noordelijke richting naar Tortolì. Enkele kilometers na de start wordt de eerste bergtrui vergeven op een klimmetje van vierde categorie.

En wie het wedstrijdprofiel bestudeert weet dat het daarna niet veel lastiger wordt. Ja, er liggen nog wel wat hupsjes op de route, maar het is onwaarschijnlijk dat de klassementsrensters het hier al onder elkaar zullen uitvechten. Ze zullen vooral blij zijn als ze ongeschonden de etappe zijn doorgekomen. Van uitputting zal in deze vrij korte rit niet echt sprake zijn, waardoor er veel rensters zijn die een kans ruiken op een goede uitslag.

Met andere woorden: ieder voor zich en God voor ons allen. Met name bij de bocht op 2,5 km van het eind en de bocht op 800 meter van de streep zal het billenknijpen worden. De finishstreep is getrokken op de Via Monsignor Virgilio in Tortolì. Precies daar won André Greipel in 2017 zijn laatste rit in een grote ronde. Benieuwd welke snelle vrouw in zijn voetsporen treedt.

Start: 12.40 uur
Finish: tussen 15.17 en 15.33 uur


Zaterdag 2 juli: etappe 2: Cala Gonone – Olbia (113,4 km)

Cala Gonone, waar de derde en laatste etappe op Sardinië begint, is nog maar eens een toeristische badplaats aan de Tyrrheense Zee. Voor de klimgeiten is het jammer dat het slechts de officieuze start betreft, want na het vertrek vanaf de Via Lungomare Palmasera gaat het enkele kilometers stevig omhoog. 3,3 kilometer aan 9,3% gemiddeld over een betonbaantje met liefst zeven haarspeldbochten. Daar gaat het klimmershart sneller van kloppen. Alle andere harten overigens ook.

Na deze hoogst opmerkelijke neutralisatie is het een vrij vlakke bedoening. Opnieuw trekt de karavaan noordwaarts en dat gebeurt voornamelijk via de Strada Statale 125. Na 133 kilometer zal er, vermoedelijk voor de tweede dag op rij, worden afgesprint in Olbia. Door de Grieken werd deze ‘poort van Sardinië’ naar het schijnt al de gelukkige stad genoemd. Dat zal de vrouw die op de Viale Aldo Moro als eerste over de meet komt vast beamen.

Start: 10.45 uur
Finish: tussen 14.07 en 14.24 uur


Maandag 4 juli: etappe 3: Cesena – Cesena (120,9 km)

Na een rustdag en een flinke verplaatsing pakken de rensters in Cesena de draad weer op. Het traject van de derde etappe voert over deels dezelfde wegen als de beroemde Nove Colli granfondo. Het zijn wegen waar de regionale wielerlegende Marco Pantani ook regelmatig overheen zal zijn gereden. Tijdens de eerste 35 kilometer had Elefantino niet veel klaar kunnen spelen, want die zijn allemaal vlak. Maar op de klim naar Bertinoro (3,9 km à 4,9%) kunnen er eindelijk weer bergpunten worden verdiend.

Even voorbij halfkoers wordt het echt serieus met de Colle del Barbotto (4,3 km à 8,2%). Vanaf hier is het nog te ver om een mooie solo op te tuigen, maar de duimschroeven zullen er wel eens worden aangedraaid. Dit kan ook gebeuren in de bochtige afdaling na Sogliano al Rubicone. Vanaf de voet van de laatste gecategoriseerde beklimming van de dag is de afstand naar de finish te overzien.

De klim naar Monteleone (1,9 km à 6,9%) wordt een nieuwe mogelijkheid om rensters te lossen. Dit kan ook nog op de ongecategoriseerde Via Castello di Carpineta. De top van dit klimmetje ligt op tien kilometer van de aankomst. De Strada Provinciale 74 wordt vervolgens in dalende lijn gevolgd richting Cesena. Deze afdaling zal, met uitzondering van enkele listige bochten, er een op hoge snelheid worden.

Na twee afsluitende kilometers door de stad wordt er gefinisht voor de muren van het imposante fort Rocca Malatestiana. Al met al is het een bijzonder vervelende etappe om slechte benen te hebben, zeker als de klassementsrensters elkaar voor het eerst wat zullen bestoken. Als je er op dit parcours eenmaal afligt, kun je zo een paar minuten aan de broek krijgen. En die win je niet heel gemakkelijk terug.

Start: 12.00 uur
Finish: tussen 15.11 en 15.31 uur


Dinsdag 5 juli: etappe 4: Carpi – Reggio Emilia (126,1 km)

Wie had gehoopt op meer heuvelwerk, komt op dag vijf bedrogen uit. Het aantal te overwinnen hoogtemeters zal misschien net boven de 250 uitkomen. Met andere woorden: het zou andermaal een dag voor de sprintsters moeten zijn. En dat hebben we allemaal te danken aan de Povlakte. Niet het gebied waar de gemiddelde mens direct aan denkt bij Italië, maar onmiskenbaar een belangrijk onderdeel van het land.

Vanuit Carpi, een stad waarvan het grote centrale plein met kasteel en kathedraal best een bezoekje waard is, trekt de meute de hele dag in een boog rondom Reggio Emilia. Dat gebeurt op vlakke wegen met voornamelijk uitzicht op landbouwgronden. Als het waait, wordt het oppassen voor waaiers, maar anders is het geen al te gecompliceerde dag. De streep in de historische finishplaats ligt op de Viale Antonio Alegri, voor de universiteitsgebouwen. De laatste bocht ligt op slechts 200 meter van het einde.

Start: 11.00 uur
Finish:
tussen 14.05 en 14.24 uur


Woensdag 6 juli, etappe 5: Grumello del Monte – Bergamo (114,7 km)

De presentatie van de rensters vindt plaats aan de oevers van het Iseomeer. In Sarnico wordt ook het startschot gelost, maar de eigenlijke start van de rit vindt plaats in het even verderop geloven Grumello del Monte. Daar wordt er begonnen aan een circuit, dat in totaal vijf keer moet worden afgelegd, alvorens af te reizen naar de finishplaats. Het is een concept dat wel vaker wordt gebruikt in de Giro d’Italia Donne.

De vermoedelijk hoogste concentratie fans zullen staan op de enige klim in het rondje. De klauterpartij naar San Pantaleone (1,8 km à 5,6%) stelt niet veel voor, maar er zal vast wel het een en ander gebeuren. Al is het maar om te strijden om bergpunten. En dat kan liefst vijf keer. Na deze vijf rondjes gaat het linea recta naar Bergamo, waar nog een laatste klimmetje wacht in de Citta Alta.

Het parcours volgt de ultieme finale van de Ronde van Lombardije van verleden jaar. Het is een klimmetje van 1,6 kilometer aan net geen 8%. Genoeg om een flinke aanval op te plaatsen. De maximale strook van 12% bij de poort van San Lorenzo gaat deels over keitjes, wat de klim nog eens extra lastig maakt. Een rake uitval daar is waarschijnlijk goed voor dagsucces, of het moet in de ziedende afdaling richting de finish gebeuren.

Start: 10.55 uur
Finish: tussen 14.07 en 14.26


Donderdag 7 juli, etappe 6: Prevalle – Passo Maniva (112,9 km)

Ze hebben er even op moeten wachten, maar in de zesde rit is het woord dan toch eindelijk aan de pure klimsters. Op het menu staat namelijk een stevige aankomst bergop. Maar ook deze etappe begint met wat rondjes rondom de startplaats. Prevalle ligt ongeveer halverwege tussen de linkeroever van het Gardameer en Brescia. Als de rensters door die plaats komen, weten ze dat het langzaam serieus begint te worden.

Het begint allemaal nog vrij rustig, als de meute de loop van de Mella volgt. Lang is het niet heel heftig, maar de rensters zullen allemaal vast moeten stellen dat het omhoog loopt. Soms zelfs al aan een procent of vier, om de benen vast wat af te matten. Bij het dorpje San Colombano begint de klim naar de streep volgens het routeboek. Vanaf daar is het zo’n tien kilometer klimmen aan een gemiddeld stijgingspercentage van 7,8%, met de zwaarste kilometers in het tweede deel. Als dat geen slagveld wordt..!

Start: 10.55 uur
Finish: tussen 13.49 en 14.08 uur


Vrijdag 8 juli: etappe 7: Rovereto – Aldeno (104,7 km)

De tweede dag van de waarheid brengt het peloton (of wat daar nog van over is) via twee serieuze beklimmingen van Rovereto naar Aldeno. De organisatie had ervoor kunnen opteren om de Monte Bondone in het routeschema op te nemen, maar dit wordt de rensters bespaard. Een gemakkelijke opgave wordt het echter alleszins niet.

De eerste veertig kilometer is het opwarmen geblazen. Dat doen de rensters langs beide oevers van de Adige, want de klim naar de Passo Bordala begint op slechts enkele kilometers van de startplaats. Met een gemiddeld stijgingspercentage van 6,3% over een afstand van bijna 15 kilometer is het een klim waar de pure sprinters en de rensters die hun benen al goed voelen, niet erg blij van zullen worden. Het eerste deel van de afdaling is smal en soms bochtig. Voorzichtigheid is dus geboden.

Als de rensters het slotcircuit opdraaien vlakt het even iets af, alvorens ze aan het tweede deel van de afzink kunnen beginnen. Na 72 kilometer zullen er in finishplaats Aldeno best wat zijn die graag al zouden finishen, maar in plaats daarvan zullen ze de bel horen. De rensters zullen opnieuw de Adige opzoeken, al is dat maar van korte duur. De klim naar Lago di Cei is niet de langste, maar met 8,2 km à 7,7% gemiddeld is het wel opnieuw een klim waar verschillen zullen ontstaan.

Start: 11.05 uur
Finish: tussen 14.00 en 14.14 uur


Zaterdag 9 juli, etappe 8: San Michele All’Adige – San Lorenzo Dorsino (112,8 km)

De voorlaatste etappe is de derde en laatste dag in de bergen. Echt in het hooggebergte komen de rensters ook nu niet, maar de rit heeft wel drie leuke beklimmingen in petto. Na 11 kilometer begint het spektakel al met de Fai della Paganella, wat zo’n 11 kilometer klimmen betekent à 6,3%. Lang niet iedereen zal er oog voor hebben, maar de uitzichten zijn opnieuw niet mis.

De lange afdaling richting de eerste passage door de finishplaats is gelardeerd met vlakke stukken. Aan de voet van de Passo Duron (9,9 km à 5,6%) zijn de rensters iets voorbij halfweg, maar het grootste obstakel van de dag moet dan nog komen. Die doemt past op na 80 kilometer. De Passo Danone is een 6,2 kilometer lang martelwerktuig, met een gemiddeld stijgingspercentage van 10,9%.

Op de top is er nog 26 kilometer te gaan. Dat is nog best een eind, al doet de zwaartekracht de eerste negen kilometer het leeuwendeel van het werk. De klim lijkt desondanks het moment om alle kaarten op tafel te leggen. Na de afzink gaat het voornamelijk vals plat omhoog richting San Lorenzo Dorsino, al zijn er nog twee korte klimmetjes in de slotfase. Zo loopt de weg in de laatste 2,5 kilometer ruim 6% op. Een venijnige afsluiter!

Start: 10.55 uur
Finish: tussen  13.58 en 14.13 uur


Zondag 10 juli: etappe 9: Abano Terme – Padova (90,5 km)

Op de slotdag lijkt het woord nog een laatste keer aan de snelle vrouwen. Tenminste, de snelle vrouwen die nog over zijn. Want negen dagen Giro zullen hun sporen hebben nagelaten. Daarom is het ook niet onmogelijk dat er een stel vluchters om de zege mag strijden in Padova. Ondanks het gebrek aan logische plaatsen om het verschil te maken, zullen er best avonturiers zijn die nog een kansje ruiken op dagsucces.

Abano Terme is een stadje net buiten Padova. Maar in plaats van, zoals in een gemiddelde Champs-Élysées-etappe, naar een slotcircuit te trekken, wordt er nu gekozen voor een ommetje in de omgeving. De Euganische Heuvels worden namelijk met een bezoekje vereerd. Vrij vroeg kan er nog eens gesprint worden om bergpunten, ook al zal het bergklassement waarschijnlijk al wel beslist zijn.

Na de afdaling is het nog zestig kilometer vlak peddelen tot aan de streep. De verwachting is niet dat hier nog dingen kunnen gebeuren, al is het klassement nooit helemaal beslist voordat de dikke dame heeft gezongen. Het is zaak om bij de les te blijven en hopen dat averij uitblijft. De finish ligt in het centrum van de bezienswaardige studentenstad, op de Prato della Valle, het grootste plein van Italië. Een mooie locatie om tien dagen bikkelharde koers af te sluiten.

Start: 11.50 uur
Finish: tussen 14.09 en 14.22 uur


Favorieten

Wie de voorbije jaren naar wielerwedstrijden voor vrouwen heeft gekeken, kon niet om Annemiek van Vleuten heen. En als het aan haar ligt kunnen we dat de komende periode ook niet. Ze heeft haar zinnen gezet op de eindzege in de Giro d’Italia Donne, de Tour de France Femmes en de Ceratizit Challenge by La Vuelta. En dat terwijl ze nu niet geweldig houdt van het rijden van klassementen.

“Ik hou er eigenlijk van om erin te vliegen en bij eendaagse koersen liggen mijn passie en hart”, liet ze onlangs optekenen. “ik kan een klassement rijden en daarom doe ik het, maar mijn hart ligt meer bij het erin vliegen zoals Mathieu van der Poel. Daarbij is de Tour de France een mooi doel en word ik ook enthousiast over de Giro, als ik de Giro voor mannen zie. Italië vind ik sowieso fantastisch.”

Van Vleuten tijdens haar laatste koers, Luik-Bastenaken-Luik – foto: Cor Vos

“Maar het lastige aan een meerdaagse is dat je veel ‘negatieve doelen’ hebt. In acht dagen Tour de France heb je de eerste zes dagen niks te winnen en alleen maar te verliezen. Dat wil dus zeggen: uit de problemen blijven en energie sparen.” In de Giro zal het niet anders zijn: “De eerste paar dagen is het vooral uit de problemen blijven en dan zie ik het de laatste paar dagen pas echt lastig worden.”

De kans is aanwezig dat Van Vleuten in de proloog de roze trui verovert. Dat kunstje flikte ze al in 2014 en 2015. Dat zou dan al haar twaalfde etappezege betekenen. Maar of ze deze trui lang vast zal houden, is de vraag. Het kan best een goede tactiek zijn om het roze aan een collega te gunnen, om in een van de drie zwaarste etappes alsnog haar slag te slaan. Dat zijn in ieder geval de ritten die van Van Vleuten ook op 39-jarige leeftijd de te kloppen vrouw maken.

Hoewel veel collega’s ervoor kiezen om te focussen op de Tour de France Femmes, is de concurrentie echter niet gering. FDJ-Nouvelle Aquitaine-Futuroscope stuurt namelijk zowel Marta Cavalli als Cecilie Uttrup Ludwig naar de wedstrijd. De 24-jarige Italiaanse, die in het voorjaar haar definitieve doorbraak beleefde met zeges in de Amstel Gold Race en de Waalse Pijl, hield onlangs al huis op de Mont Ventoux.

Marta Cavalli beleeft al een droomseizoen; wordt het nog mooier? – foto: Cor Vos

Of ze Van Vleuten daadwerkelijk kan kloppen blijft de vraag, maar ja, dat dachten we dit voorjaar ook. Het is in elk geval duidelijk dat Cavalli fikse stappen heeft gezet. Dit, en het feit dat er toch een aantal concurrenten niet bij zullen zijn, maken van haar een serieuze kandidaat voor het podium. Zeker als je weet dat ze vorig jaar al keurig zesde werd.

Nu weet je nooit helemaal hoe een koers zich gaat ontvouwen, maar de Franse formatie heeft het plan opgevat om Cavalli als kopvrouw uit te spelen in de laars, met de kersverse Deens kampioene als schaduwkopvrouw annex meesterknecht. Met de oersterke Brodie Chapman en Évita Muzic (in 2020 nog winnares van de slotrit) zit het met de verdere ondersteuning in de zwaarste ritten overigens ook wel snor.

Elisa Longo Borghini heeft aangekondigd dat ze in de Giro in principe niet voor een klassement gaat. maar voor een of meerdere ritzeges. Dit omdat ze voelt dat ze niet in twee grote rittenkoersen vlak achter elkaar om de eindzege mee zou kunnen doen. Het zou een geweldig staaltje blufpoker kunnen zijn, al zal de concurrentie toch altijd wel rekening met haar houden. En wij ook.

Longo Borghini poseert met de trofee van de Women’s Tour – foto: Cor Vos

Want het zou wel heel gemakkelijk zijn om de winnares van Parijs-Roubaix en The Women’s Tour op basis van deze uitspraak af te schrijven. Het zou best kunnen, en haar verhaal klinkt ook best plausibel. Maar zoals wel met meer zaken in de Giro Donne geldt: eerst zien, dan geloven. Met ook nog Lucinda Brand en Elisa Balsamo in de gelederen kan het in ieder geval een mooie tiendaagse worden. Niet dat Brand de Giro even gaat winnen, maar een ritzege en een plek bij de eerste tien moeten best mogelijk zijn.

In haar achtertuin op Mallorca voegde Mavi García voor het derde jaar op rij de Spaanse dubbel toe aan haar palmares. In de Giro mikt ze op een podiumplaats en daarvoor heeft ze natuurlijk voldoende kwaliteit. Wat ook motivatie moet geven: van alle rensters die nu aan de start zullen staan, was García vorig jaar de beste. Nu zijn de rensters die toen nipt onder haar stonden wel een stuk verbeterd, dus de kopvrouw van UAE Team ADQ zal er ook nog een schepje bovenop moeten doen.

Wordt García de eerste Spaanse die sinds 2007 in deze wedstrijd podium rijdt? – foto: Cor Vos

Amanda Spratt is op papier de kopvrouw van BikeExchange-Jayco. Na de operatie aan haar liesslagader wordt ze steeds weer een beetje beter. Het is lastig om in te schatten welke plek we daaraan moeten koppelen. Haar derde plaats van 2018 en 2019 herhalen lijkt nog wat te hoog gegrepen, maar bij de eerste tien rijden zou mogelijk moeten zijn.

Wie we daarvoor stiekem ook opschrijven: Kristen Faulkner, Een echte wildcard. Het wordt haar eerste rittenkoers van tien dagen, zoals zoveel dingen voor haar nog nieuw zijn in de wielersport. Meestal gaan die nieuwe dingen haar echter behoorlijk goed af. In de proloog behoort ze alvast tot de favorieten, en zo zijn er nog wel een paar etappes waar ze haar slag kan slaan. Misschien moet ze dan maar gewoon eens kijken waar het schip strandt…

Juliette Labous is de Franse hoop tijdens de Tour de France Femmes, maar in deze ronde kan ze ook zomaar meedoen om de knikkers. De DSM-renster weet sinds de Ronde van Burgos hoe het is om een mooie etappekoers te winnen. Nu is de Giro d’Italia Donne nog wel een stapje hoger, maar de Française heeft het absoluut in zich om tijdens deze ronde voor het podium te strijden. Ook voor haar geldt: Van Vleuten verslaan wordt normaliter lastig, maar in het wielrennen zijn al gekkere dingen gebeurd.

foto: Cor Vos

Een hoop namen zijn intussen wel genoemd. Komen we uit bij nog een reeks outsiders met wie het alle kanten op kan. De kwaliteiten van Krista Doebel-Hickok zijn bij velen wel bekend, maar een goed klassement rijden in de Giro deed ze nog nooit. Desondanks kan ze een best eind komen. Naast Longo Borghini en Cavalli zullen de Italiaanse fans ook uitkijken naar de prestaties van Silvia Persico (zevende in Burgos) en Gaia Realini.

Vorig jaar werd de renster van het zeer bescheiden Isolmant-Premac-Vittoria elfde in de eindrangschikking. Een prestatie van formaat voor iemand die bij zo’n kleine ploeg rijdt. De tijd zal het leren of dit het begin van meer is, of dat ze als een nieuwe Francesca Cauz de boeken ingaat. Ex-wereldkampioene Tatiana Guderzo ambieert in wat zomaar haar laatste Giro kan zijn geen klassement meer, maar een ritzege. Het liefst de rit met aankomst in Padova, een thuiswedstrijd voor haar.

De kans dat de winnares een van de voorgaande namen wordt, is zeer groot. Om het af te leren noemen we nog wel een paar namen: Elise Chabbey (Canyon-SRAM), Clara Koppenburg (Cofidis), Olivia Baril (Valcar-Travel & Service) en Paula Patiño (Movistar). Niet meteen namen om op te schrijven voor de eindzege, maar ze behoren wel tot het clubje dat zich bij de eerste tien kan rijden. Ook de moeite waard.

Noot: De deelnemerslijst is op het moment van publiceren nog niet volledig bekend. Dit betekent dat er later nog wijzigingen kunnen worden doorgevoerd.


Sprinters

Balsamo zal opvallen in haar regenboogtrui – foto: Cor Vos

De Giro d’Italia Donne gaat om meer dan het algemeen klassement. De snelle vrouwen komen ook aan hun trekken. Sprinters om op te schrijven voor een of zelfs meerdere etappewinsten zijn Elisa Balsamo (Trek-Segafredo), Lotte Kopecky (SD Worx), Marianne Vos (Jumbo-Visma), Emma Norsgaard (Movistar), Charlotte Kool (Team DSM), Marta Bastianelli (UAE Team ADQ), Rachele Barbieri (Liv Racing Xstra) en Clara Copponi (FDJ-Nouvelle Aquitaine-Futuroscope). Kortom: dat worden mooie massasprints!


Favorieten volgens WielerFlits
**** Annemiek van Vleuten
*** Marta Cavalli, Juliette Labous
** Elisa Longo Borghini, Mavi García, Cecilie Uttrup Ludwig
* Amanda Spratt, Elise Chabbey, Krista Doebel-Hickok, Kristen Faulkner

Website organisatie
Deelnemerslijst


Weer en TV

Het lijkt een behoorlijk warme editie van de Giro d’Italia Donne te worden. In Cagliari worden voor de proloog al temperaturen boven de dertig graden voorspeld. In de daaropvolgende dagen lijkt het niet snel koeler te worden.

Eerst zien, dan geloven, maar het lijkt er dus toch echt op dat de wedstrijd elke dag een twee uur durende live-uitzending krijgt. Deze kun je zien bij Eurosport en GCN. De geplande aanvangstijden van de uitzendingen vind je in het schema hieronder.





Lees verder op Wielerflits.nl

Deel dit nieuws :