Voorbeschouwing: Critérium du Dauphiné 2022

Artikel van Wielerflits:Koen Middendorp

Na de Giro d’Italia is het vizier gericht op de volgende grote ronde van het seizoen: de Tour de France. Maar voor het zover is, staan er eerst nog enkele belangrijke voorbereidingskoersen op La Grance Boucle op het programma. In het Critérium du Dauphiné (5-12 juni) kruisen de Tourtoppers al een keer de degens. WielerFlits blikt vooruit!

Historie

Op 7 september 1945 verscheen het eerste nummer van de regionale Zuid-Franse krant Le Dauphiné Libéré. De hoofdredactie van de gloednieuwe krant, met zijn hoofdkwartier in Grenoble, dacht al snel aan verschillende manieren om de naamsbekendheid te vergroten en de oplagecijfers te verhogen. Wat er uit de koker kwam? De eindredactie besloot een meerdaagse wielerkoers dwars door de departementen Isère, Drôme en Hautes-Alpes, deel uitmakend van de streek Dauphiné, uit de grond te stampen. De koers als vehikel om meer kranten over de toonbank te laten vliegen. Dat was het idee.

De eerste uitgave van de meerdaagse wielerronde kwam er in 1947 en werd gewonnen door de Pool Édouard Klabinski. De koers werd in de daaropvolgende jaren een Franse aangelegenheid, met dank aan Édouard Fachleitner, Nello Lauredi (winnaar in 1950, 1951 en 1954) en Louison Bobet, die we natuurlijk vooral kennen van zijn drie Tourzeges, zijn wereldtitel in het Duitse Solingen en overwinningen in onder meer Milaan-San Remo, de Ronde van Vlaanderen, Parijs-Roubaix en de Ronde van Lombardije. Louison ‘Zonzon’ Bobet was de eerste écht grote naam op de erelijst van de Dauphiné Libéré.

Louison Bobet (uiterst links) staat op de erelijst – foto: Cor Vos

Bobet was de eerste, maar zeker niet de laatste kampioen die zijn naam op de erelijst wist te plaatsen. Zo was Jacques Anquetil in 1963 de beste in deze koers, twee jaar later volgde zijn tweede en laatste eindzege. En als we het hebben over Anquetil, kan zijn sportieve rivaal Raymond Poulidor uiteraard niet achterblijven. De schoonvader van Adrie van der Poel en opa van kleinzonen Mathieu en David stond in 1966 en 1969 op het hoogste schavotje. Ook Luis Ocaña (1970, 1972, 1973), Eddy Merxkx (1971), Bernard Thévenet (1975 en 1976) en Bernard Hinault (1977, 1979 en 1981) legden beslag op de eindzege.

Andere grote namen die we tegenkomen bij het afstruinen van de erelijst zijn Greg LeMond, Charly Mottet, Luis Herrera, Miguel Induraín, Alejandro Valverde, Bradley Wiggins en Chris Froome. Ronkende namen, maar daar staat tegenover dat er ook heel wat vergeten renners deze koers wisten te winnen. Wie kent de Colombiaanse klimmer Martin Ramírez nog, die in 1984 voor een daverende verrassing zorgde door niemand minder dan Hinault van de eindzege te houden? Udo Bölts, nog zo’n naam die we niet direct associëren met een koers als het Critérium du Dauphiné. En wat dan te denken van Iñigo Landaluze?

Chris Froome (in het geel) is een drievoudig eindwinnaar, Thomas won in 2018 – foto: Cor Vos

Vijf renners mogen zich een drievoudig winnaar noemen van de Franse meerdaagse en zijn dan ook recordhouders. Nello Lauredi wist in de jaren vijftig van de vorige eeuw als eerste renner een dergelijk huzarenstukje op te voeren. In de jaren ’70, ’80 en ’90 werden ook Luis Ocaña, Bernard Hinault en Charly Mottet mederecordhouder met drie overwinningen. Chris Froome (2013, 2015 en 2016) is de laatste in het rijtje met drievoudige overwinnaars. Ook interessant om te vermelden: op de erelijst van de Dauphiné staan in totaal elf Tourwinnaars. Dat waren er twaalf, maar weten allemaal wat er met Lance Armstrong is gebeurd.

Frankrijk topt niet geheel toevallig het lijstje met winnaars (31 stuks), gevolgd door Spanje en Groot-Brittannië. Merckx, Michel Pollentier en Alex Close zorgden door de jaren heen voor de Belgische successen, Johan van der Velde is voorlopig nog altijd de enige Nederlandse laureaat van de Dauphiné. Voor zijn eindzege moeten we inmiddels alweer 42 (!) jaar terug in de tijd. Wielerminnend Nederland snakt met andere woorden naar een nieuwe eindwinnaar.

Laatste tien winnaars Critérium du Dauphiné 
2021: flag-au Richie Porte
2020: flag-co Daniel Felipe Martínez
2019: flag-dk Jakob Fuglsang
2018: flag-gb Geraint Thomas
2017: flag-dk Jakob Fuglsang
2016: flag-gb Chris Froome
2015: flag-gb Chris Froome
2014: flag-us Andrew Talansky
2013: flag-gb Chris Froome
2012: flag-gb Bradley Wiggins


Vorig jaar

Richie Porte – foto: Cor Vos

De 74ste editie van het Critérium du Dauphiné werd, geheel volgens traditie, weer verreden in juni. Met Geraint Thomas, Miguel Ángel López, Nairo Quintana, Wilco Kelderman en David Gaudu stonden er weer heel wat Tourpretendenten aan het vertrek, maar in de openingsetappe wist een andere renner de show te stelen. Brent Van Moer besloot in de eerste rit van en naar Issoire mee te gaan in de vlucht van de dag en dit bleek een uitstekende move. De Belgische hardrijder wist een mooie voorsprong bij elkaar te fietsen, reed in de lastige finale weg van zijn medevluchters en soleerde op knappe wijze naar de ritzege.

Het peloton, met daarin enkele snelle mannen, kwam te laat om de ontketende Van Moer nog bij te halen. De renner van Lotto Soudal boekte zo op memorabele wijze zijn eerste profzege en mocht als kers op de taart ook de eerste leiderstrui aantrekken. Een dag later, op weg naar Saugues, moest Van Moer het gele kleinood echter alweer inleveren aan Lukas Pöstlberger. Waar de Belg moest passen op een van de beklimmingen op weg naar de finish, deed de Oostenrijker van BORA-hansgrohe een ‘Van Moertje’ door – na een hele dag in de aanval – een uitgedund peloton achter zich te houden.

Mark Padun – foto: Cor Vos

Pöstlberger wist de gele trui vervolgens wél meerdere dagen vast te houden. Na overwinningen van Sonny Colbrelli (na een sprint bergop in Saint-Haon-Le-Vieux), Alexey Lutsenko (tijdritzege in Roche-La-Molière) en Geraint Thomas (dankzij een late aanval op weg naar Saint-Vallier) vond Pöstlberger dan toch zijn Waterloo in de rit naar Le Sappey-en-Chartreuse. In deze lastige bergrit door het Chartreuse-gebergte ging de zege naar de 41-jarige Alejandro Valverde, maar was het Lutsenko die de trui wist over te nemen. En dat met nog twee zeer zware Alpenritten te gaan, te beginnen met die naar La Plagne.

Lutsenko, die toch niet te boek staat als een gevleugelde klimmer, wist zijn huid duur te verkopen in het slotweekend. Toch bleek dit nét niet genoeg om de trui vast te houden tot het einde. Het was namelijk INEOS Grenadiers dat als winnaar uit de strijd kwam, met dank aan Richie Porte. De Australiër wist in de bergrit naar La Plagne Lutsenko op achterstand te rijden en vervolgens kwam Porte niet meer in de problemen in de slotetappe naar Morzine. Lutsenko werd toch wel verrassend tweede in de eindafrekening, Geraint Thomas maakte het feestje voor INEOS compleet door als derde te finishen.

In de afsluitende Alpenritten zagen we overigens ook de geboorte van een nieuwe superklimmer. Mark Padun wist op ongeziene wijze huis te houden op weg naar La Plagne en Morzine: de Oekraïner van (toen nog) Bahrain Victorious kwam twee keer als eerste over de streep.

Het eindpodium – foto: Cor Vos

Eindklassement Critérium du Dauphiné 2021
1. flag-au Richie Porte (INEOS Grenadiers) in 29u37m05s
2. flag-kz Alexey Lutsenko (Astana-Premier Tech) op 17s
3. flag-gb Geraint Thomas (INEOS Grenadiers) op 29s
4. flag-nl Wilco Kelderman (BORA-hansgrohe) op 33s
5. flag-au Jack Haig (Bahrain Victorious) op 34s


Parcours

Met bergetappes naar Vaujany en Plateau de Solaison in het verschiet, zal de (aanstaande) winnaar van het Critérium du Dauphiné over goede klimbenen moeten beschikken. En dat is nog niet alles: zo staat er op dag vier een individuele tijdrit van ruim dertig kilometer op het programma. De betere tijdrijders kunnen hier dan weer hun slag slaan, om zo met een buffer te beginnen aan het allesbeslissende en loodzware slotweekend.

De eerste drie renners aan de streep van elke etappe krijgen tien, zes en vier bonificatieseconden. Bij de tussensprints onderweg liggen bovendien nog drie, twee en één seconden voor het oprapen.


Zondag 5 juni, etappe 1: La Voulte-sur Rhône – Beauchastel (191,8 km)

De 74ste editie begint met een ruim 190 kilometer lange etappe door het departement Ardèche. De renners volgen voor een groot gedeelte de rivier de Rhône. Vanuit startplaats La Voulte-sur Rhône gaat het over zeer heuvelachtige wegen, en over de Col de Leyrisse (9,9 km aan 4,2%) en de Côte des Baraques (3,3 km aan 6,6%), naar een plaatselijke omloop rond het kleine plaatsje Beauchastel, zo’n tien kilometer ten zuidwesten van de stad Valence.

Deze omloop staat anderhalf keer op de planning en kent met de Côte du Chambon de Bavas (4,7 km aan 5,2%) en de Col du Moulin à Vent (3,4 km aan 4,8%) twee potentiële scherprechters. Eenmaal op de top van de laatste helling is het nog goed dertig kilometer tot de (daadwerkelijke) finish. Hoewel het parcours van deze openingsrit zeer heuvelachtig is, is de finale langs de Rhône zo goed als vlak. De vraag is dan ook of we een sprint krijgen met een omvangrijke groep.

Start: 10.20 uur
Finish: tussen 14.36 en 15.01 uur


Maandag 6 juni, etappe 2: Saint-Péray – Brives-Charensac (169,8 km)

Ook in de tweede etappe van het Critérium du Dauphiné staan er weer heel wat hoogtemeters op het menu. In Saint-Péray, waar men zich vooral bezighoudt met het produceren van witte wijn, trekken de renners zich op gang voor deze lastige rit door het middengebergte. Na goed vijftig kilometer is het tijd voor de eerste gecategoriseerde klim van de dag, de Côte de Désaignes (5 km aan 4,3%), vrijwel meteen gevolgd door de Côte de Saint-Agrève (5,6 km aan 4,7%).

Na een lange afdaling en een passage door Le Cheylard trekken de renners via de flanken van de Col de Mézilhac (11,6 km aan 4,1%) naar het hoogste punt van de dag. Op de vulkanische berg Le Gerbier de Jonc bevinden de renners zich op 1.417 meter boven zeeniveau. Finishen doen de renners een stuk lager, na een glooiende tussenfase van een vijftiental kilometer, een korte afdaling en de Côte de Rohac (1,2 km aan 5,9%), in Brives-Charensac. Het laatste klimmetje ligt op negen kilometer van de streep.

Start: 12.35 uur
Finish: tussen 16.26 en 16.50 uur


Dinsdag 7 juni, etappe 3: Saint-Paulien›Chastreix – Sancy (164 km)

Op dag drie krijgen de renners, voor het eerst in deze ronde, een ‘aankomst bergop’ voorgeschoteld. Met 2.700 hoogtemeters tussen start- en finishlocatie belooft het een interessante en vooral uitputtende dag te worden. Het gaat al direct vanuit de start in Saint-Paulien omhoog, al staan er onderweg maar drie bergsprints op het programma. De eerste bergsprint volgt op de top van de Côte de Saint-Vert (3,5 km aan 6,5%) na goed veertig kilometer.

Na een heuvelachtige openingsfase volgt een wat vlakker intermezzo, met onderweg de tussensprint in Issoire, maar de wegen beginnen na verloop van tijd weer flink te stijgen. Na goed 130 kilometer in het zadel zijn de renners boven op de top van de Côte de Besse-en-Chandesse (1,2 km aan 6%). Het venijn zit hem echter in de staart, want met nog zes kilometer (6,2 km aan 5,6%, met pieken tot 8%) te gaan begint de slotklim naar Chastreix-Sancy.

Start: 12.30 uur
Finish: tussen 16.26 en 16.50 uur


Woensdag 8 juni, etappe 4: Montbrison – La Bâtie d’Urfé (31,9 km, ITT)

In de eerste etappes zal het kaf van het koren worden gescheiden, maar op dag vier moeten de klassementsmannen echt met de billen bloot. De organisatie heeft een tijdrit van iets meer dan dertig kilometer uitgetekend in de omgeving van het stadje Montbrison, gelegen aan de rivier Vizézy. Het is een chrono voor de pure specialisten, aangezien het traject de vlakkere wegen volgt richting het kasteel van La Bastie d’Urfe, waar de finish van deze tijdrit is gelegen.

Wat we nog meer kunnen vertellen over het parcours? Op het eerste gezicht lijkt het spek naar de bek van de mannen die een grote versnelling kunnen ronddraaien, aangezien de route redelijk rechttoe-rechtaan is met lange rechte stukken waar je als pure tijdrijder je power goed kwijt kunt. Toch zijn er ook wel enkele haakse bochten opgenomen in het parcours. Ook niet onbelangrijk: na 11,6 en 21 kilometer worden de tussentijden opgenomen en doorgegeven.

Start: 13.05 uur (start eerste renner)
Finish: 16.00 uur (start laatste renner)


Donderdag 9 juni, etappe 5: Thizy-les-Bourgs – Chaintré (162,3 km)

Voor de pure klimmers is het wonden likken na de individuele tijdrit op dag vier. En is het zaak om verloren tijd goed te maken in de resterende bergritten. Maar voor we de bergen induiken, staat er eerst nog een niet te onderschatten heuveletappe van Thizy-les-Bourgs naar Chaintré op het programma. De eerste klim van de dag, de Col des Ecorbans (4,2 km aan 5,6%), volgt al vrij snel na de start. Het is de eerste van in totaal vier gecategoriseerde hellingen.

Vervolgens trekken de renners over de top van de Côte de Dun (4,9 km aan 6,8%), om via een glooiende tussenfase te beginnen aan de echte finale. In de laatste dertig kilometer volgen nog twee klimmetjes van de vierde categorie. Na de Col du Bois Clair (2,7 km aan 3,7%) is het nog goed 24 kilometer tot de finish, eenmaal op de top van de Côte de Mont-Brison (1,8 km aan 4,8%) volgen er nog dertien vlakkere kilometers naar de streep. Sprinters, of toch aanvallers?

Start: 12.50 uur
Finish: tussen 16.26 en 16.47 uur


Vrijdag 10 juni, etappe 6: Rives – Gap (196,4 km)

Voor we beginnen aan het allesbeslissende slotweekend, volgt op vrijdag 10 juni eerst nog een ‘overgangsetappe’ naar Gap. Deze stad in het departement Hautes-Alpes is niet alleen onlosmakelijk verbonden met het Critérium du Dauphiné, maar ook (of vooral) met de Tour de France. De Ronde van Frankrijk bracht vaak een bezoekje aan Gap en meer dan eens zagen we er een rasaanvaller zegevieren vanuit een vroege vlucht. Dat lijkt ook nu een realistisch scenario.

Het parcours leent zich ook tot aanvallen. Het is voor de pure klimmers misschien niet lastig genoeg om het verschil te maken, maar de winnaar zal wel over goede klimbenen moeten beschikken met onderweg de Côte de Sainte-Eulalie-en-Royans (2 km aan 4,4%), Côte de Grands Goulets (5,8 km aan 4,7%), Col du Rousset (6,6 km aan 5%) en Col de Cabre (9,1 km aan 4,6%). Na de Col de Cabre is het echte klimwerk gedaan, maar is het allerminst vlak op weg naar Gap.

Start: 11.35 uur
Finish: tussen 16.22 en 16.54 uur


Zaterdag 11 juni, etappe 7: Saint-Chaffrey – Vaujany (134,8 km)

Kort maar krachtig: zo kunnen we de zevende etappe naar Vaujany wel omschreven. Op de voorlaatste dag van deze Dauphiné heeft de organisatie een parcours van net geen 135 kilometer uitgetekend door de Alpen. Het venijn zit hem dit keer niet in de staart, maar in de kop van de etappe. Van bij de start is het klimmen geblazen richting de top van de mythische Galibier. Meer dan twintig kilometer klauteren aan 5,1%, met de nodige uitschieters. Dat kan tellen.

Na een lange en razendsnelle bijtrapafdaling en de korte en zachte kant van de Col du Télégraphe, gaat het naar de volgende Alpenreus. De Col de la Croix de Fer is nog zo’n iconische beklimming in de Alpen, bijna dertig kilometer lang en stijgt aan een gemiddelde van 5,2%. De Col de la Croix de Fer is echter bijzonder onregelmatig, net als de afdaling richting de slotklim (5,7 km aan 7,2%) naar skidorp Vaujany. In de laatste vier kilometer zakken de percentages niet meer onder de 9%. Zware kost!

Start: 13.05 uur
Finish: tussen 16.45 en 17.11 uur


Zondag 12 juni, etappe 8: Saint-Alban-Leysse›Plateau de Salaison (139,2 km)

In de slotetappe van het Critérium du Dauphiné mogen we het nodige spektakel verwachten. We tekenen voor een scenario zoals in 2017, toen de wedstrijd voor het laatst aankwam op Plateau de Solaison. Het was de dag dat Jakob Fuglsang na een knotsgekke rit alsnog de eindzege wist te grijpen door Richie Porte uit de leiderstrui te fietsen. Ook nu nodigt het parcours uit tot aanvallen, misschien wel van ver. In de beginfase is het zaak om bij de pinken te zijn.

We beginnen namelijk meteen met de Col de Plainpalais (8,8 km aan 6,5%), al vrij snel gevolgd door de Col de Leschaux (7,9 km aan 4,5%). Vervolgens is het even wachten op de derde klim van de dag. Na een wat vlakkere tussenfase starten de coureurs, na de tussensprint in Le Grand-Bornand, aan de Col de la Colombière (11,8 km aan 5,8%). De Colombière is misschien een springplank voor renners met de nodige aanvalslust. Op de top is het nog 38 kilometer tot de streep.

Froome voert de forcing naar Plateau de Solaison, Fuglsang (in het lichtblauw) slaat de dubbelslag – foto: Cor Vos

Na een afdaling van een vijftien kilometer en een korte tussenfase begint op een kleine twaalf kilometer van de finish de slotklim naar het Plateau de Solaison. Het is een loodzware klim om mee te finishen, zeker na de inspanningen van de voorbije week. De klim kent een gemiddelde hellingsgraad van 9,2%. In de eerste kilometers zakken de percentages nauwelijks onder de dubbele cijfers en vervolgens blijft het schommelen rond de 8-10%. In de laatste kilometer vlakt de weg wat af, maar dan is de schade al lang geleden.

Start: 13.05 uur
Finish: tussen 16.41 en 17.10 uur


Favorieten

Het Critérium du Dauphiné is traditioneel een belangrijk meetmoment voor de renners die in de zomer de Tour de France met rood hebben omcirkeld in hun agenda. Zo ook dit jaar, al moeten we ook concluderen dat veel Tourpretedenten er niet bij zijn. Sommige toppers geven de voorkeur aan de Ronde van Zwitserland of een andere – alternatieve – voorbereiding op de Ronde van Frankrijk. Zo kiest tweevoudig Tourwinnaar Tadej Pogačar voor de Ronde van Slovenië.

Primož Roglič – foto: Cor Vos

En toch staan er nog voldoende toppers aan de start in La Voulte-sur Rhône. De meest in het oog springende naam is die van Primož Roglič. De Sloveen van Jumbo-Visma hoopt dit jaar eindelijk een gooi te doen naar die ontbrekende Tourzege en zal alvast vertrouwen willen tanken in het Critérium du Dauphiné. Roglič is de torenhoge favoriet voor de eindzege, gezien zijn intrinsieke klasse en het gegeven dat het parcours naadloos aansluit bij zijn kwaliteiten. In de individuele tijdrit van goed dertig kilometer moet hij in staat zijn om de tegenstand behoorlijk wat tijd aan te smeren, en zo een optie op de eindzege te nemen.

De vraag is wel of Roglič volledig is hersteld van zijn knieperikelen, waardoor hij in het voorjaar moest passen voor de Ardense klassiekers. Jumbo-Visma liet vorige maand weten dat de 32-jarige renner geen last meer heeft van zijn knie, maar het is afwachten of hij ook al volledig pijnvrij kan koersen. Mocht Roglič nog niet helemaal op punt staan in de Dauphiné, dan is Jonas Vingegaard misschien wel de ideale ‘wisselkopman’ namens Jumbo-Visma. De Deense klimmer beschikt tevens over de kwaliteiten om een koers als het Critérium du Dauphiné te winnen. Vingegaard heeft namelijk ook een uitstekende tijdrit in de benen.

En wat met Wout van Aert? De Belgische alleskunner begint zondag, net als heel veel renners in dit peloton, aan zijn tweede deel van het seizoen. We sluiten niet uit dat Van Aert na de individuele tijdrit de leiderstrui in zijn bezit heeft, maar hij zal zich waarschijnlijk niet al te druk maken in de twee afsluitende bergritten door de Alpen. De Belgische kampioen heeft nog andere doelen die hij dit seizoen wil verwezenlijken. Steven Kruijswijk zal zich waarschijnlijk wegcijferen voor Roglič en in iets mindere mate Vingegaard, maar kan natuurlijk zelf ook nog een goed klassement najagen.

Wilco Kelderman – foto: Cor Vos

De meeste ogen zijn gericht op de mannen van Jumbo-Visma, maar er zijn nog meer sterke blokken. Wat te denken van BORA-hansgrohe, dat nog altijd op een roze wolk zit na de eindzege van Jai Hindley in de Giro d’Italia. De Australiër is deze week niet bij, maar een andere Giro-ganger heeft wel de reis van Italië naar het zuiden van Frankrijk gemaakt. Wilco Kelderman bleek in de voorbije Giro niet sterk genoeg om zelf voor een goed klassement te gaan, maar speelde wel een cruciale rol als meesterknecht van Hindley. In de Dauphiné hoopt Kelderman zelf weer mee te doen voor de eindzege en te profiteren van de zogeheten ‘supercompensatie’.

Mocht Kelderman toch de vermoeidheid voelen van een zware Giro, dan kan hij zich nog altijd wegcijferen voor Patrick Konrad of Matteo Fabbro, al zijn dit niet meteen renners die we verwachten voor de eindzege. Aleksandr Vlasov zou aanvankelijk ook aantreden in het Critérium du Dauphiné, maar de winnaar van de rondes van Valencia en Romandië geeft toch de voorkeur aan de Ronde van Zwitserland als ultieme voorbereidingskoers op de Tour.

Enric Mas – foto: Cor Vos

Movistar hoopt met Enric Mas een rol van betekenis te spelen in het klassement. De Spanjaard heeft, als we puur naar de resultaten kijken, nog geen grandioos seizoen achter de rug. Dit geeft echter wel een beetje een vertekend beeld: Mas kende op kritieke momenten namelijk ook veel pech. Zo kwam hij in Tirreno-Adriatico en de Ronde van het Baskenland op ongelukkige wijze ten val. Heeft de 27-jarige Mas de komende dagen meer geluk? Met Carlos Verona, Matteo Jorgenson, Óscar Rodríguez en Gregor Mühlberger wordt hij omringd door sterke ploeggenoten.

Over een sterke ploeg in de breedte gesproken: Bahrain Victorious brengt meerdere toppers aan het vertrek. Dylan Teuns is de man voor de puncheur- en overgangsritten, Jack Haig, Pello Bilbao en Damiano Caruso beschikken over de adelbrieven om een goed klassement te rijden. Haig en Caruso werken toe naar de Tour de France en zijn dus nog fris, zowel op fysiek vlak als in het koppie. Bilbao heeft daarentegen al een bijzonder zwaar seizoen achter de rug, maar neemt ook na de Giro d’Italia (vijfde) nog geen gas terug. Een goede Bilbao is zeker een renner om in de gaten te houden, maar de koek is toch een keer op?

INEOS Grenadiers trekt normaal gesproken met zijn Tourkern naar het Critérium du Dauphiné, maar de Britse sterrenformatie gooit het dit jaar over een andere boeg. Adam Yates, Daniel Felipe Martínez en Geraint Thomas, in 2018 nog eindwinnaar van de Franse ronde, worden uitgespeeld in de Ronde van Zwitserland. In de Dauphiné rekent INEOS op enkele schaduwfavorieten zoals Tao Geoghegan Hart, Michał Kwiatkowski en Eddie Dunbar. Laatstgenoemde won dit jaar al de Settimana Internazionale Coppi e Bartali en de Ronde van Hongarije. Hart liet onlangs zijn goede vorm blijken in de Tour of Norway.

Ben O’Connor – foto: Cor Vos

Onze andere sterren gaan naar Ben O’Connor (AG2R Citroën), Juan Ayuso (UAE Emirates) en David Gaudu (Groupama-FDJ). AG2R Citroën heeft voor de start de ambitie uitgesproken om met O’Connor voor het eindpodium te gaan. UAE Emirates zal niet te hoog van de toren blazen, maar heeft met de jonge Spanjaard wel een groeibriljant in huis. Voor Gaudu is het zaak om de schade zoveel mogelijk te beperken in de tijdrit, om dan vervolgens toe te slaan in de bergen. Nog een naam om te onthouden: Jan Hirt. De Tsjechische klimmer van Intermarché-Wanty-Gobert was een van de revelaties in de voorbije Giro d’Italia. Kan hij de goede lijn doortrekken?

Andere renners om in de gaten te houden voor de eindzege, of een goede eindklassering, zijn Giro dell’Appennino-winnaar Louis Meintjes (Intermarché-Wanty-Gobert), Brandon McNulty, George Bennett (UAE Emirates), Warren Barguil (Arkéa-Samsic), Tobias Halland Johannessen (Uno-X), Steff Cras (Lotto Soudal), Mattia Cattaneo (Quick-Step Alpha Vinyl), Simon Geschke (Cofidis), Michael Storer (Groupama-FDJ) en Esteban Chaves, Mark Padun (EF Education-EasyPost). En wat mogen we verwachten van Chris Froome? Wat de Brit van Israel-Premier Tech liet zien in de Mercan’Tour Classic was veelbelovend!


Sprinters

De sprinters komen er in de Dauphiné vaak maar bekaaid vanaf en daarom staan er traditioneel maar weinig rappe mannen aan het vertrek van de koers. We doen Wout van Aert natuurlijk tekort door hem alleen maar af te schilderen als een snelle man, maar de Belg van Jumbo-Visma is – zeker in dit veld – een van de snelste spurters. Er is maar één renner die op papier écht sneller is en dat is Dylan Groenewegen. De vraag is alleen of de renner van BikeExchange-Jayco überhaupt wel aan sprinten toekomt, gezien het parcours.

Dylan Groenewegen – foto: Cor Vos

Andere renners die zich zullen mengen in het sprintgeweld zijn Ethan Hayter (INEOS Grenadiers), Christophe Laporte (Jumbo-Visma, hoe ziet de rolverdeling eruit met Van Aert?), Luca Mozzato (B&B Hotels-KTM), Clément Venturini (AG2R Citroën), Jordi Meeus, Matthew Walls (BORA-hansgrohe), Carlos Barbero (Lotto Soudal), Edvald Boasson Hagen (TotalEnergies), Jannik Steimle (Quick-Step Alpha Vinyl), Phil Bauhaus (Bahrain Victorious) en Jasper Stuyven (Trek-Segafredo).

Noot: De deelnemerslijst is op het moment van publiceren nog niet volledig bekend. Dit betekent dat er later nog wijzigingen kunnen worden doorgevoerd.


Favorieten volgens WielerFlits
**** Primož Roglič
*** Wilco Kelderman, Jonas Vingegaard
** Enric Mas, Ben O’Connor, Damiano Caruso
* Juan Ayuso, Jack Haig, David Gaudu, Jan Hirt

Website organisatie
Deelnemerslijst (WielerFlits)


Weer en TV

De renners moeten op de eerste dag van het Critérium du Dauphiné vrezen voor regenbuien, aangezien het in finishplaats Beauchastel lijkt te gaan regenen. Vanaf maandag schijnt gelukkig de zon en kunnen de renners zich opmaken voor overwegend droge weersomstandigheden, zo meldt Weeronline. De gemiddelde temperatuur schommelt rond de 25 Celsius, al is het op de Alpentoppen een stuk koeler.

De wedstrijd is vanaf zondag elke dag live te volgen via Eurosport 1 en de Eurosport Player. Ook Sporza (op Eén) zal het Critérium du Dauphiné live in de huiskamers brengen. Bij WielerFlits kun je ook dagelijks terecht voor een Volg Hier, om met andere liefhebbers de gebeurtenissen in de wedstrijd te bespreken.




Lees verder op Wielerflits.nl

Deel dit nieuws :