Reconstructie: Hoe Jonas Vingegaard de Tour de France 2022 won

Artikel van Wielerflits:Youri IJnsen

Special

Jonas Vingegaard wint zondagmiddag normaal gesproken de 109eeditie van de Tour de France. De 25-jarige Deense kopman van Jumbo-Visma rondt zo een indrukwekkende Ronde van Frankrijk 2022 af voor Jumbo-Visma. Het Nederlandse WorldTeam won zes etappes, waarvan twee op naam van Vingegaard. De klimmer neemt naast het geel ook het bergklassement voor zijn rekening. WielerFlits maakt een reconstructie.

Meesterscout Grischa Niermann
Als kind en jeugdrenner was Vingegaard niet veel anders dan dat hij nu is: geen uitspattingen, rustig en soms zelfs ietwat verlegen. Niet de gangmaker in de schoolklas, niet het feestbeest als jongere. Het verhaal over zijn werk als vissnijder is intussen een grijsgedraaide plaat. Een timide jongen met een klein, tenger lijf. Met een door zijn vader opgelegde hobby, omdat hij na zijn schooltijd anders hele dagen zou liggen slapen. Geen bijzondere wielrenner. Tot hij bij ColoQuick in het buitenland klimkoersen kan rijden.

Als dat eenmaal goed gaat, ontdekken wetenschappers plots een fysiek talent: ondanks zijn kleine postuur, ligt er een bijzonder grote motor in zijn lijf. Een gebroken heup weerhoudt hem er in 2017 van om zijn gave om te zetten in resultaten. Vanaf april 2018 lukt dat wel. Op dat moment is LottoNL-Jumbo druk bezig met scouten. Scout Grischa Niermann volgt Julius Johansen en Mikkel Frøhlich Honoré met bovengemiddelde interesse, als ColoQuick-manager Christian Andersen hem wijst op een mogelijk nog groter talent in zijn ploeg.

Als hij daarna de testwaardes van Vingegaard onder ogen ziet, weet de ploegleider genoeg. Toen hij in de Vredeskoers 2018 bergop plots met de besten meedoet, twijfelen Merijn Zeeman en Niermann geen seconde. Ze lichten de jonge Deen helemaal door en beseffen dat ze een ongekend talent op het spoor zijn, die ook nog eens bijna perfect scoort op Jumbo-Visma’s persoonlijkheidstoets. Nog voor Vingegaard de klimproloog in de Giro della Valle d’Aosta wint, nodigt de ploeg hem uit voor een trainingsstage in Oostenrijk. Door een val en een daardoor opgelopen hersenschudding een rit later, zou de Deen die stage nooit doen.

Vingegaard in de klimproloog – foto: Giro Valle d’Aosta 2018

Toch twijfelt het team niet over de capaciteiten van de tot dan toe nobele onbekende bij het grote publiek. In het grootste geheim werkt de Nederlandse ploeg aan het aantrekken van Vingegaard. LottoNL-Jumbo is op dat moment de enige ploeg ter wereld die de jongeling op het spoor is en dat willen ze graag zo houden. Zeeman en Niermann willen niet dat een ander team hun ontdekte parel op het laatste moment voor hun neus wegkaapt. “Ik zei meteen tegen Merijn: ‘Ik zou zeker dit gokje wagen. Geef hem een contract en laten we niet wachten tot hij bij wijze van spreken de Tour de l’Avenir gewonnen heeft’.”, vertelde Niermann in 2021.

“We kenden zijn verleden en zagen zijn uitslagen”, gaat de Duitse ploegleider verder. “Daarnaast pakte hij toen het Strava KOMmetje op de Col de Rates in Calpe. Jonas, Christian, Merijn en ik hebben toen om tafel gezeten; we waren er snel uit en hebben hem toen een contract aangeboden.” Op 1 augustus 2018 volgt uiteindelijk de bevestiging van Vingegaards transfer. Een jaar later boekt hij in de Ronde van Polen meteen zijn eerste profzege, op WorldTour-niveau.

Aanloop naar de huidige Tour
Fast forward naar het seizoen 2021. Waar Jumbo-Visma de jongeling in eerste instantie ziet als iemand voor de heuvelklassiekers, toonde hij in 2020 op de loeisteile Alto de l’Angliru zijn waarde als klimmer in de Ronde van Spanje. Dat doet Vingegaard in het voorjaar van 2021 nog eens in de Ronde van het Baskenland, waar hij na een tactisch meesterwerk van Grischa Niermann op de slotdag samen met Primož Roglič de quasi-onklopbaar geachte Tadej Pogačar verslaat. De Sloveense kopman van Jumbo-Visma weet dan genoeg.

Vingegaard moet volgens hem de plek in de Tour-selectie innemen die door de sabbatical van Tom Dumoulin is ontstaan. Roglič heeft dan al uitgesproken dat de Deen de Tour ooit kan winnen. De vertrouwensband die hij met de jonge Deen heeft, stuwt ook de ontwikkeling van Vingegaard in rap tempo de hoogte in. Als de Sloveen door een valpartij al vroeg in de Tour van 2021 uitvalt, lijkt de gele droom van Jumbo-Visma in duigen te vallen. Op dat moment staat Vingegaard echter op en rijdt hij zichzelf naar plek twee. Ongezien.

Vrijwel uit het niets werd Vingegaard tweede in de Tour van 2021 – foto: Cor Vos

Binnen de ploegleiding was het vertrouwen in de capaciteiten van Vingegaard al ongekend hoog, maar na zijn tweede plek in de Tour van een jaar geleden stijgt hij met rasse schreden binnen de hiërarchie van Jumbo-Visma. De ploeg breekt al snel het contract van de Deense klimmer open en verlengt het met een beter financieel plaatje tot het einde van 2024. Ondanks de knalprestatie in Frankrijk, blijf Vingegaard zichzelf: rustig en down to earth. Met wel een essentieel verschil: onnoemelijk veel zelfvertrouwen en vooral geen stress meer van de druk.

Zijn fysieke en mentale kwaliteiten komen samen en eens te meer bewijst Vingegaard een afmaker te zijn. Hij wint eind februari meteen in zijn eerste koersweekend: hij schrijft solo de Drôme Classic op zijn naam. Twee weken later voegt hij daar een tweede plek in Tirreno-Adriatico aan toe, net als een zesde plek in de Ronde van het Baskenland. Opvallend: daar eindigt Vingegaard voor kopman Roglič. De Deen bevestigt bovendien een andere kwaliteit die hij het jaar ervoor voor het eerst etaleerde: Vingegaard kan enorm goed tijdrijden.

In aanloop naar de Tour reed hij samen met kopman Roglič het Critérium du Dauphiné. De Sloveen en de Deen eindigen als eerste en tweede in de Franse rittenkoers, maar de oplettende kijker kon toen al zien hoe het er na de eerste hoogtestage voor stond: Vingegaard was bergop beter dan zijn kopman. Dat het scorebordjournalistiek-technisch zo uit kwam dat het leek alsof Roglič de beste was, kwam Jumbo-Visma maar al te goed uit.

Het passeren van leermeester Primož Roglič
Organisator ASO gaf rugnummer 11 – het eerste nummer in een ploeg geeft vaak de kopman weer – daarom aan de Sloveen, die in de openingstijdrit in Kopenhagen een seconde toegaf op tweede luitenant Vingegaard. Jumbo-Visma ging van start met twee kopmannen. Het bleek een rookgordijn. In de kasseienrit is namelijk heel goed zichtbaar hoe de rolverdeling écht is. Als Vingegaard met materiaalpech kampt op 36,7 kilometer voor het einde en in paniek op de fiets van Nathan Van Hooydonck springt, wachten drie renners op hem.

Roglič sloopte Pogačar op de Col du Galibier – foto: Cor Vos

Ook Wout van Aert laat zich vervolgens afzakken, terwijl Roglič zich geïsoleerd staande houdt in de groep met een ontketende Pogačar. Als de tv-motor vervolgens een hooibaal toucheert die op de weg belandt, is het nota bene Roglič die erover valt. Resultaat: schouder uit de kom én een trein met ploegmaats die hem hard voorbijrijden. Later zouden twee ploegmaats zich nog laten afzakken. Waar Vingegaard aan het eind van de rit slechts dertien seconden verliest op uitdager Pogačar, eindigt Roglič gebutst en wel op ruim twee minuten.

Als blijkt dat de Sloveen ondanks zijn blessures en pijn wel lang meekan op La Planche des Belles Filles, brengt dat hem terug in het klassement. Ondertussen liet Vingegaard op de steile gravelstroken zien niet bang te zijn om Pogačar aan te vallen. De jongeling diende hem echter van repliek en won de rit, evenals de etappe naar Longwy een dag later. Er leek niets tegen de titelverdediger in te brengen te zijn. In de ritten erna ziet de ploegleiding van Jumbo-Visma dat Roglič het moeilijk heeft en eigenlijk alsmaar verder blijft lijden.

Vervolgens nemen Zeeman, Niermann, Arthur van Dongen en Frans Maassen het zekere voor het onzekere. Omdat Roglič op dat moment nog een factor in het klassement is, probeert de Nederlandse ploeg Pogačar in de tiende rit een meesterwerk op touw te zetten. Dat lukt: op de Col du Galibier heeft Jumbo-Visma de dan nog geletruidrager geïsoleerd. Alleen Geraint Thomas kan mee. Vingegaard en ook Roglič blijven Pogačar aanvallen onder het mom van push until it hurts, maar de jongeling rijdt steeds alle gaatjes simpel dicht.

Pogačar lijkt dus opnieuw onoverwinnelijk en Roglič moest passen. Hoewel veel renners in de afzink van de Galibier terugkwamen, kregen we door het helse tempo en de aanvallen van Jumbo-Visma op de Col du Granon een man-tegen-man-gevecht. Toen de Deense klimmer op 4,6 kilometer voor de finish vervolgens aanzette, kon Pogačar niet mee. De jonge Sloveen betaalde de prijs voor het constant counteren van de aanvallen van Roglič en Vingegaard eerder in die rit. Opnieuw een meesterzet door Roglič te gebruiken in de ene rit waarin hij nog gevaarlijk was voor het klassement. Zijn aanwezigheid was de nekslag voor Pogačar.

Mede door dat vooruitschrijdend inzicht, ging Vingegaard door en boekte de ritzege. Hij verpletterde Pogačar, die bijna drie minuten op de Deen verloor. In die etappe legde de kopman van Jumbo-Visma uiteindelijk de basis voor zijn eindzege. Ondanks dat leermeester Roglič de strijd onderweg moest staken, bleef de voorsprong van Vingegaard intact. Dankzij geweldig ploegwerk diepte de Deen op Hautacam zijn voorsprong zelfs nog verder uit. De ambities van Pogačar om het geel toch nog terug te veroveren drukte hij daarmee direct de kop in en daarmee wierp Vingegaard zichzelf meteen op tot de sportieve winnaar van de mooiste Tour de France in jaren.

Op Hautacam bewees Vingegaard opnieuw de beste klimmer te zijn – foto: Cor Vos



Lees verder op Wielerflits.nl

Deel dit nieuws :