Portret van Jhonatan Narváez, kasseienvreter en klassiekerliefhebber uit Ecuador

Artikel van Wielerflits:Youri IJnsen

Portret van Jhonatan Narváez, kasseienvreter en klassiekerliefhebber uit Ecuador

Special

Jhonatan Narváez is een van de smaakmakers van dit klassieker voorjaar. Hij ging met de besten mee in Omloop Het Nieuwsblad, sprintte voor winst in Kuurne-Brussel-Kuurne en in de GP de Denain werd hij in de slotkilometer teruggepakt. Daarnaast werd hij zesde in zowel Strade Bianche als de E3 Saxo Bank Classic. Hoog tijd voor een kennismaking. “Ik wil aan jonge renners in mijn land laten zien dat er naast klimmen nóg een pad is naar een profcarrière”, vertelt de 25-jarige Ecuadoraan aan WielerFlits.

Op 4 maart 1997 zag Jhonatan Narváez het levenslicht in het dorpje El Playón de San Francisco, op 3000 meter boven zeeniveau. Ondanks dat er slechts zo’n 1500 mensen wonen, telt het wel drie profrenners: ook de huidige nationaal kampioen Jefferson Alexander Cepeda (Drone Hopper-Androni Giocattoli) komt er vandaan en diens neef Jefferson Alveiro Cepeda (Caja Rural-Seguros RGA) is er eveneens geboren. ’s Lands grootste coureur Richard Carapaz komt uit een dorpje vlak in de buurt. Toeval of niet, ook de vijfde en laatste prof (Jonathan Klever Caicedo van EF Education-EasyPost) komt uit een dorpje op slechts enkele kilometers van El Playón. Alle vijf leerden ze de kneepjes van het vak bij de wielerclub van wijlen oud-olympiër (1992) Juan Carlos Rosero.

“El Playón ligt helemaal in het noorden, tegen de grens met Colombia. In onze regio is de wielersport enorm populair.” Aan het woord is Narváez zelf. Hij vertelt in goed Engels dat hij er nog steeds woont, op twintig minuten rijden van de Colombiaanse grens. Zijn ploeggenoot Carapaz komt uit een dorpje wat tussen Narváez’ woonplaats en de grens ligt. Een bijzonder gegeven, want Ecuador is qua landoppervlakte ruim zes keer groter dan Nederland en België samen. Er wonen net iets meer dan 17,5 miljoen inwoners. Dat de vijf Ecuadoraanse profs allemaal uit dezelfde lokale regio komen, is best bijzonder te noemen.

Narváez zelf begon met koersen toen hij tien jaar oud was. “Omdat ik in een klein dorpje in de bergen woonde, waren er als kind voor mij weinig opties om andere sporten te proberen. Mijn vader was een liefhebber van de wielersport en mijn tien jaar oudere broer koerste ook. Hij is weliswaar gestopt toen hij achttien jaar oud was. Maar ik moet ook zeggen dat ik wielrennen wel echt heel erg leuk vond, een andere sport had ik ook niet snel opgepakt. Opkijken deed ik naar Lance Armstrong, Alberto Contador en Tony Martin. Ik ging ook vaak bij wedstrijden van mijn broer kijken. Eigenlijk deed ik in die periode alles op de fiets.”

Wielrennen in Ecuador viert hoogtijdagen, met name dankzij Giro-winnaar en olympisch kampioen Carapaz – foto: Cor Vos

Van Ecuador naar België
Narváez ontwikkelde zich gestaag en werd bij zijn eerste jaar als junior tweede in de Colombiaanse Ronde van de Toekomst en op de Pan-Amerikaanse kampioenschappen. Toen hij het jaar erop achttien werd en zijn school afrondde, gooide hij het roer om. “Op de Mexicaanse wielerbaan in Aguascalientes werd ik continentaal kampioen op de individuele achtervolging. Dat deed ik in een wereldrecord (dat daarna slechts drie keer werd gebroken, waaronder door Stefan Bissegger en Finn Fisher-Black, red.). Dat was voor mij het teken om te proberen uit te groeien tot profrenner. Ik besloot om mezelf daar drie jaar voor te geven.”

Als eerstejaars belofte belandt hij vervolgens als Zuid-Amerikaan niet in Spanje of Italië, maar bij Klein Constancia. Zij reden op een Tsjechische licentie, maar de goede verstaander weet dat het de vermaarde U23- ploeg van Quick-Step was. Onder meer Julian Alaphilippe, Enric Mas, Maximilian Schachmann, Iván García en Markus Hoelgaard genoten daar hun opleiding. “Ze nodigden mij uit voor een test in de Bakala Academy in België. Destijds was Matxin Fernández nog de scout van die ploeg. Hij sprak mijn taal en overtuigde me dat ik bij deze ploeg eerst Engels moest leren praten en de cultuur in Europa moest leren begrijpen.”

“Maar ik vond de stap van Zuid-Amerika naar Europa verdraaid lastig”, kijkt hij daarop terug. Een jaar later vertrok hij naar Hagens Berman Axeon, om vervolgens toch een driejarig profcontract te tekenen bij Deceuninck-Quick-Step. In België maakte hij daarna voor het eerst kennis met kasseien. “Om eerlijk te zijn: ik had ze nog nooit gezien”, lacht Narváez. “Ik had weleens foto’s bekeken, maar ik had geen flauw benul hoe groot de koersen in België zijn. Bij ons in de steden in Ecuador heb je in de centra soms ook kasseitjes. Als ik dan aan mijn vrienden vertelde dat ik daar in Europa over moest koersen, geloofden ze me niet!”

Narvaez debuteerde als nationaal kampioen bij Quick-Step, hier met Álvaro José Hodeg – foto: Cor Vos

Ontwikkeling tot voorjaarsrenner
Bij de ploeg van Patrick Lefevere maakte hij in 2018 op 20-jarige leeftijd zijn profdebuut, nota bene als regerend kampioen van Ecuador. “Ze hadden me echter niet aangetrokken voor de klassiekers en ikzelf had toen ook nog heel andere plannen”, zegt Narváez. “Ik zag bij die ploeg kansen in rittenkoersen. Quick-Step had toen nog niet echt iemand voor koersen als de Ronde van Catalonië of de Ronde van het Baskenland, bijvoorbeeld. Na één seizoen verbrak ik echter mijn doorlopende contract. Mijn manager (Giuseppe Acquadro, red.) dacht dat ik beter bij INEOS Grenadiers zou passen, omdat daar meer Spaanstalige renners reden.”

“Niets ten nadele van Quick-Step. Dat was een fijne ploeg en zonder de tussenkomst van mijn manager had ik er waarschijnlijk nu nog steeds gereden.” Zijn vuurdoop op kasseien beleefde hij zodoende vorig jaar voor de Britse ploeg in Omloop Het Nieuwsblad. “Ik vond het heel moeilijk, maar ik was wel opslag verliefd op de agressieve manier van koersen”, legt hij uit. Een dag later in Kuurne-Brussel-Kuurne trok hij samen op pad met Mathieu van der Poel, voor een onderneming vanaf tachtig kilometer van het einde. De Nederlander was onder de indruk van Narváez. “Dat was een speciale wedstrijd, ik houd van zijn manier van koersen. Die dag vergeet ik nooit meer!”, glimlacht de Ecuadoraan.

Met zijn verrassende prestaties van vorig voorjaar in het achterhoofd, wisselde de 25-jarige Zuid-Amerikaan afgelopen winter van coach. “Met Adrián López besloot ik om het na vorig seizoen over een andere boeg te gooien. Mijn trainingen concentreren zich nu vooral op de klassiekers en niet zo zeer meer op het klimmen. Dat werpt nu zijn vruchten af. Ik was mee in De Omloop, ik koerste voor winst in Kuurne en ook in Denain was ik goed. In Strade Bianche (zesde, red.) was ik dichtbij het podium en in Gent-Wevelgem miste ik net de beslissende groep van vier. Inmiddels ben ikzelf ook ervan overtuigd dat ik in de klassiekers beter tot mijn recht kom.”

Tachtig kilometer in de aanval met Van der Poel in KBK 2021 – foto: Cor Vos

Klassiekerwinst als stip op de horizon
Met veel enthousiasme vertelt Narváez wat de klassiekers voor hem betekenen. “Je moet weten hoe je de bochten goed neemt, je moet rekening houden met hoe de wind staat en of je al op een sleutelmoment in koers zit. Deze eendagswedstrijden zijn van start tot finish vol gas. Waarom ik zo van de Vlaamse klassiekers houd, is omdat ik kick op adrenaline. Ik houd van de hectiek en de stress, hoe gek dat misschien ook klinkt. De beleving in de klassiekers is anders dan in grote rondes, of het verdedigen van de leiderstrui in een andere etappekoers. Ik houd veel meer van aanvallen en agressief koersen. Dat vind ik hier terug in België.”

Narváez won al vier profkoersen, waaronder een zware heuvelrit in de gutsende regen tijdens de Giro d’Italia van 2020. “Mijn droomkoers? Dan denk ik vooral aan Strade Bianche”, glundert hij. “Maar ook de E3 Saxo Bank Classic vind ik prachtig. Op die twee wedstrijden richt ik me de komende twee jaren. Daarna wil ik kijken of ik de Ronde van Vlaanderen kan winnen. Deze zondag verwacht ik zelf top-10 te kunnen rijden. Lukt dat niet, dan help ik de ploeg en probeer ik zo veel mogelijk informatie en tactische ervaringen van mijn teamgenoten te absorberen met het oog op de toekomst. Het is ook mijn eerste deelname. Ik ken niet alle hellingen. De ploegleider zei tijdens de verkenning: ‘Let op, nu komt de Paterberg’. En ik dacht: ‘Ja leuk, maar wat is de Paterberg?’. Ik moet nog veel leren”, lacht hij hardop.

Hebben we het nog niet eens gehad over de enigszins gekke gewaarwording: een Zuid-Amerikaan die goed is in Vlaamse klassiekers. Wat Narváez doet, is eigenlijk zelden vertoond. “Leuk dat je het aanhaalt. In Ecuador en ook Colombia, hebben renners en de bond een andere ambitie. Als je niet goed kunt klimmen, is het al lastig om koersen te winnen. En dan verlies je toch snel je motivatie. Ik ben ook geen superklimmer. Daarom wil ik aan de jonge talenten in Ecuador laten zien dat je nog steeds prof kunt zijn, ook al kun je niet goed klimmen. Er is nog een pad voor talenten, die anders verloren gaan voor de sport.”

Dat is het verhaal van El Lagarto, de hagedis. “Eigenlijk was dat de bijnaam van mijn broer, omdat hij met snelle en agressieve aanvallen koersen won. Omdat hij stopte en ik op dezelfde manier koers, kreeg ik die bijnaam”, vertelt hij. Na Vlaanderens Mooiste keert Narváez voor de voorbereiding op de Giro d’Italia terug naar zijn thuisland Ecuador. Met een koffer vol avonturen, verhalen voor de jeugd en ambities voor de toekomst.

Narváez werd dit jaar zesde in zijn lievelingskoers: Strade Bianche – foto: Cor Vos



Lees verder op Wielerflits.nl

Deel dit nieuws :

Share on facebook
Share on twitter
Share on whatsapp
Share on email
Share on print