Mathieu van der Poel: “Ervaring belangrijk? Je moet vooral de benen hebben”

Artikel van Wielerflits:Nico Dick

Interview

Meer dan twee uur na zijn tweede zege in de Ronde van Vlaanderen verscheen Mathieu van der Poel – met een lege maag – op de verplichte persconferentie. Voor nog een keer het relaas van zijn dag. En van zijn laatste weken en maanden. “Dit had ik op 17 maart niet durven voorspellen, nee.”

De Ronde van Vlaanderen winnen, het vraagt wat van een renner. Tijdens de wedstrijd, maar ook achteraf. Het was iets na half vijf wanneer Mathieu van der Poel in de Minderbroederstraat zijn vreugde uitschreeuwde. Na de omhelzing met mama Corinne en vriendin Roxanne volgden de flashinterviews, waarna Van der Poel… geduld moest oefenen.

De organisatoren opteerden er immers voor om te wachten met de podiumceremonie tot na de vrouwenwedstrijd, die een uur later zijn ontknoping kende. Daarna mocht Van der Poel het ook nog eens uitleggen in de Sporza-studio aan het Centrum Ronde van Vlaanderen. Met hamburger, nota bene. “Ik heb intussen een immense honger.”

Hij vertelde nog een keer hoe hij genoten had van de publieke opkomst, hij zag voor de eerste keer de sprint terug – ‘Ik denk dat ik op het juiste moment aanzet’ –  en herhaalt nog een keer dat hij ook Tadej Pogačar een plaats op het podium had gegund. Dat zijn benen nooit eerder zo verzuurd waren als op de top van de Paterberg en hij tijdens het wachten al enkele persoonlijke records op zijn Strava-account zag passeren.

Pas dan mag Van der Poel naar het zaaltje waar hij de geschreven pers te woord staat. Het is dan kwart voor zeven, dik twee uur na de wedstrijd.

Over het pokeren… Hoeveel verder had de finish nog mogen liggen voor Dylan van Baarle je passeerde?
“De finish lag waar hij lag. Dat doet er dus niet toe. In zo’n ontknoping wordt er altijd gepokerd, denk ik. In de laatste kilometer gaat niemand meteen voluit met een concurrent in het wiel. Dat was vandaag niet anders.”

Je derde sprintduel in evenveel jaar. Hoe stressvol is dat?
“Ik voel geen stress. Er is alleen de focus op de sprint. Ook vandaag was ik heel kalm. Het enige doel op dat moment is proberen op het juiste moment aan te gaan. Het is me goed gelukt.”

Oudenaarde – foto: Cor Vos

Had je iets opgestoken uit je sprintnederlaag van vorig jaar? Iets wat je nu heeft geholpen?
“Ik heb vorig jaar geen fouten gemaakt in de sprint. Soms doe je alles zoals het hoort, maar is er eentje sterker en word je geklopt. Dat was toen het geval met Kasper Asgreen.”

Ervaring is belangrijk, wordt gezegd. 
“Ach, ik werd hier bij mijn eerste deelname ook vierde. Ondanks pech onderweg. Je moet vooral de benen hebben. Zoals Pogačar die trouwens had. Die heeft vandaag nog een keer bewezen wat voor een talent hij is.”

Sta je nu helemaal terug op het niveau waarop je moet staan? Of mis je nog iets?
“Ik ben op mijn beste niveau, ja. Ik denk niet dat ik nog iets mis. Wellicht is dit powerwise zelfs mijn beste Ronde van Vlaanderen. Met dank aan Pogačar. Hij was indrukwekkend op de hellingen.”

Is deze overwinning mooier dan je eerste, toen je Van Aert klopte? 
“Dat is moeilijk te vergelijken. Al is de voldoening vandaag wel heel groot. Enerzijds omdat deze editie mét publiek was. Dat maakt  het specialer. Anderzijds omdat ik heel hard gewerkt heb om terug te komen.”

Amper tweeënhalve week geleden besliste je Milaan-San Remo te rijden. Sindsdien werd je daar derde, won je een rit in de Coppi e Bartali en won je zowel Dwars door Vlaanderen als de Ronde. Had je dit durven voorspellen?
“Natuurlijk niet. Al wist ik wel dat mijn niveau oké was. Dat gaven mijn data aan. Maar koersen is nog iets anders dan trainen. Dus nee, daar durf je niet aan denken. Maar het is en blijft wel een mooie beloning voor het harde werk.”

Het is van 1981 geleden dat nog eens twee Nederlanders op het podium stonden van de Ronde. Toen waren het er zelfs drie. Vind je dit speciaal?
“Winnen is sowieso al bijzonder. En ik gun Dylan die podiumplaats van harte. We kennen elkaar. Hij was al een paar keer mijn kamergenoot op een WK. Het is mooi hem mee op het podium te hebben.”

Twee Nederlanders op het podium in de Ronde. Dat is van 1981 geleden – foto: Cor Vos

Nog eens terug naar Tadej Pogačar. Dat is een Tourwinnaar die de Ronde van Vlaanderen kan winnen. Kan, omgekeerd, een Ronde van Vlaanderen-winnaar ook… 
“Nee.”

… de Tour winnen? Of zich op termijn transformeren tot ronderenner?
“Nee, dat denk ik niet. Nog eens, Tadej is ongelooflijk getalenteerd. Dat heeft hij deze week nog eens bewezen.”

Kan Tadej Pogačar ook Parijs-Roubaix winnen?
“Jawel. Al ben ik ervan overtuigd dat hij beter tot zijn recht komt in de Ronde van Vlaanderen, met de vele hellingen. Roubaix is helemaal vlak. Maar hij kan die zeker winnen.”

Heeft hij vandaag de rol van Wout van Aert overgenomen?
“Wout was er zeker bij geweest in de finale. Daarom rij ik deze koers liever mét hem, dan zonder hem. En het klopt dat Pogačar vandaag een dankbare gezel was. Dat zijn mannen die koersen, van ver. Het is ook de meest eerlijke manier om met de beste renners in de finale te geraken. Maar mét Wout was het inderdaad nog specialer geweest. Hopelijk geraakt hij fit voor Roubaix.”

Nu volgen de Amstel Gold Race en Parijs-Roubaix. Is Luik-Bastenaken-Luik nog een optie?
“Het is nog niet helemaal zeker, maar zoals jullie weten is de kans reëel dat ik de Giro rijd. Dan is Luik er teveel aan. Na Roubaix neem ik een paar dagen rust en dan vertrek ik naar Denia op hoogtestage (hotel Syncrosfera, waar kamers zijn uitgerust met materiaal dat hoogte-condities simuleert red.), zoals ik ook in de weken voor Milaan-San Remo heb gedaan.”



Lees verder op Wielerflits.nl

Deel dit nieuws :