Mario Aerts kende twintig jaar geleden zijn gloriedag: “De buitenbochten als geheim wapen”

Artikel van Wielerflits:Niels Bastiaens

Mario Aerts kende twintig jaar geleden zijn gloriedag: “De buitenbochten als geheim wapen”

Special

17 april 2002 blijft voor altijd speciaal voor Mario Aerts (47). Dat is de dag waarop hij de Waalse Pijl wint, de grootste maar ook enige klassieke zege in zijn loopbaan. Meteen ook de voorlaatste editie waarbij de renners die anticipeerden, mochten strijden voor de zege op de Muur van Hoei. “De mindset was totaal anders. Het kon overal gebeuren”, vertelt Aerts aan WielerFlits.

Aerts is anno 2002 27 jaar jong. Toe aan zijn achtste profjaar, het vierde bij Lotto-Adecco. Stilaan klaar voor de jaren waarin zijn beste resultaten eraan moeten komen dus. De Kempenaar heeft al een aantal mooie dingen laten zien en wordt bestempeld als een opkomend talent. “Ik schat dat ik op hetzelfde niveau werd gezet als Rik Verbrugghe, mijn ploegmaat bij Lotto-Adecco. Rik had het jaar voordien verrassend de Waalse Pijl gewonnen, maar wij waren eigenlijk altijd in dezelfde koersen goed: die van het Baskenland tot de Amstel Gold Race.”

“In de Ronde van het Baskenland vond ik ook altijd van die steile klimmetjes zoals in Hoei, maar ik had het in die koersen lastig om het af te maken. Wel een keer vierde, een keer vijfde of zesde, maar niet meer dan dat”, zegt Aerts. “Een veelwinnaar ben ik nooit geweest.” Wel kleuren de Grote Prijs van Isbergues, het Circuit Franco-Belge en de Giro di Lucca dan zijn palmares al.

Bescheiden
De verwachtingen voor het vertrek zijn dan ook bescheiden. “Typisch voor mij, denk ik. Je legt je er als renner bij neer dat er altijd wel iemand beter zal zijn. Een klassieker winnen op het hoogste niveau is misschien niets voor mij, redeneerde ik. Ik hoopte alleen nog eens een goede koers te rijden, zoals de jaren voordien.”

Aerts probeerde het met Axel Merckx – foto: Cor Vos

Op basis van zijn verleden zou je Aerts nochtans hoog inschatten op de Muur van Hoei. Bij zijn vorige deelnames ging het behoorlijk vlot op de door andere renners zo gevreesde Muur. “Dat klopt wel. Ik herinner me dat ik als neoprof bij Vlaanderen 2002 direct op de dertigste positie eindigde. En de jaren nadien was ik een keer vijfde en derde. Dan begin je stilaan te beseffen: oké, dat ligt mij hier. Of althans beter dan Luik, waar de kilometers er vaak te veel aan waren.”

Andere mindset
Waar het koersverloop van de Waalse Pijl de laatste jaren vastligt – een gecontroleerde koers met aanvallen tegen beter weten in van minder explosieve types, om uiteindelijk toch de springveren voor de zege te zien sprinten, is dat in 2002 nog niet het geval. “De mindset was totaal anders. Het kon overal gebeuren, omdat er minder sterke ploegen waren, die de koers niet konden controleren tot aan de slotklim. Het jaar voordien was de beslissende groep al vroeg weggereden, nu duurde het toch tot op een tiental kilometer van de streep.”

De aanzet daartoe komt van… Axel Merckx. “Het was continu demarreren, maar niemand geraakte weg. Axel ging aan net voor de top en kreeg wat sterke mannen mee. Ik dacht: dat is hier misschien een gouden kans om nog weg te rijden. Ik ging vol in de afdaling, maar beneden draaide het niet super rond. Ik heb me nog een paar keer kwaad gemaakt op Bartoli, die ook mee zat. Hij liet op de tweevaksbaan naar Hoei constant gaatjes en reed niet volledig mee. Er was wat gepoker, maar we hadden net genoeg voorsprong voor de Muur.”

Buitenbochten
Opvallend genoeg is het Aerts zelf die van aan de voet het commando op zich neemt. Dan toch die ervaring van de jaren voordien? “Nee, dat was een tip van ploegleider Claude Criquielion. Die riep in mijn oortje dat ik de buitenkant moest nemen in de twee steile bochten. Als tweevoudig winnaar wilde ik dat van hem aannemen. Maar daarvoor moest ik wel eerst de leiding nemen, zodat ik mijn eigen lijnen zou kunnen rijden. Claude riep: blijf op kop, laat niemand passeren!”

“In het begin was dat tempo niet te hard. Maar vanaf het moment dat ze links en rechts begonnen te komen, ben ik toch al versneld om als eerste die buitenkantjes te kunnen pakken. Unai Etxebarria pakt naast mij wel de binnenkantjes en verliest zo veel meters. De stijging tussen de binnen- en buitenkant van die bochten verschilt meer dan vijf procent. Daarna was de veer bij de rest gebroken.”

De buitenbochten nemen: een tip van Criquielion – foto: Cor Vos

Liever in de knechtenrol
Goed voor Aerts’ eerste, maar ook laatste klassieke zege. “De ontlading was groot toen ik won, maar nog geen week later in Luik-Bastenaken-Luik voelde ik al: oei, zo’n monument is toch nog iets anders. Ik denk dat ze vanuit de buitenwereld wel verwachtten dat er steeds meer overwinningen voor mij zouden komen. Ze zeggen toch dikwijls: als het kwartje één keer juist valt, is de druk eraf en komen nieuwe zeges gemakkelijker. Maar ik voelde juist méér druk.”

Dat is er in de daaropvolgende jaren ook aan te zien. Aerts rijdt amper nog voor eigen gewin. “De verwachtingen van kopman zijn kon ik toch niet zo goed aan. De Waalse Pijls van de jaren nadien was ik altijd op van de stress. Dat begon een maand of twee voor de koers. ‘Mario, de Waalse Pijl komt er weer aan he, dat is uw koers.’ De pers belde mij op en ik blokkeerde volledig. De druk, hé. Nadien ben ik vooral knecht geworden en dat voelde voor mij beter aan. Ik was veel gelukkiger als helper dan als kopman, maar blijf trots op mijn ene grote zege.”

Kron en Wellens?
Woensdag kruipt Aerts samen met Maxime Monfort in de auto bij Lotto Soudal, maar een herhaling van zijn scenario van 2002 ziet hij niet gebeuren. “Als je de beslissing voor de Muur wil forceren, dan moet je rekenen op tien ploegen die er een harde finale van willen maken. Maar ja, vind die ploegen maar eens… We hebben een jaar of drie geleden de koers hard proberen te maken door er vroeg aan te beginnen, maar op het einde wilde Tim Wellens toch wachten.”

“Bjorg Lambrecht werd vierde, maar ik denk dat als Tim het had geprobeerd, het had kunnen lukken. Ze waren immers nog maar met maximaal 40 man. Als er gekoerst wordt zoals toen, dan is er veel mogelijk. Maar steeds minder ploegen willen dat. Je zou er een lange finale van moeten maken, vanaf de eerste keer Muur van Hoei. Misschien dat Tim Wellens en Andreas Kron voor onze ploeg dan nog eens kunnen uitblinken, als ze eens van pech gespaard blijven.”



Lees verder op Wielerflits.nl

Deel dit nieuws :

Share on facebook
Share on twitter
Share on whatsapp
Share on email
Share on print