Lotte Kopecky: “Complete vrouwenpeloton kijkt uit naar Tour de France”

Artikel van Wielerflits:Nico Dick

Interview

Ter gelegenheid van de bekendmaking van de contractverlenging van SD Worx, blikte Lotte Kopecky nog een keer terug op haar voorjaar, haar nieuwe status en de keerzijde ervan. Intussen is haar voorbereiding op de zomer begonnen. Een zomer waarin ze Giro en Tour gaat combineren. “Spannend, wordt dat. Iedereen kijkt uit naar die Tour.”

Mooi nieuws, dat SD Worx langer sponsor van jullie ploeg blijft. Ga jij ook verlengen?
“Daar is nog niet over gepraat. Sowieso lig ik nog tot eind 2024 onder contract. Dat is nog twee en een half jaar.”

De pauze na jouw voorjaar was kort…
“Na Parijs-Roubaix reed ik nog een baanwedstrijd (omnium, red) in Glasgow, daarna volgde een week rust. Begin deze week heb ik de trainingen hervat. Normaal zou ik op hoogtestage gaan naar Livigno, maar de weersomstandigheden vallen daar wat tegen, dus kies ik voor het warmere Spanje. Ik zal in Denia wel in het hotel met hoogtekamers (Syncrosfera, red) verblijven. Thuis slaap ik ook al een paar dagen in een hoogtetent. Kwestie van aangepast te zijn, zodat ik meteen voluit kan trainen.”

Hoe ziet jouw zomer er uit?
“Ik blijf tot 17 mei in Spanje. Dan rijd ik de Ronde van Burgos (19-22 mei) en de Ride London Classic (27-29 mei). Wat later trekken we met de ploeg naar Tignes voor een nieuwe hoogtestage in functie van de Giro d’Italia en de Tour de France, mijn twee hoofddoelen tijdens de zomermaanden.”

Die Giro stond oorspronkelijk niet op jouw programma?
“Dat klopt. Het is altijd lang wachten op dat rittenschema. Ook nu weer. En normaal is de Giro best een lastig rondje. Maar nu blijkt er toch een aantal vlakke aankomsten te zijn, weliswaar na een geaccidenteerd parcours onderweg. Met andere woorden, het wordt een Giro waarin ik kan opbouwen naar de Tour en waar je niet gebroken en leeg uitkomt. Vandaar dat ik die heb toegevoegd.”

Met welke ambitie ga je in deze rittenkoersen van start?
“Met ritwinst in het achterhoofd. In de Giro ga ik die niet laten liggen, maar de ambitie om een rit te winnen in de Tour is groter. Klassementsambities heb ik niet. Ook niet in de Tour. Met Demi Vollering en Ashleigh Moolman hebben we daar andere rensters voor.”

Ligt eindwinst in de Tour dan niet binnen jouw mogelijkheden?
“Ik weet eigenlijk niet of dat binnen mijn mogelijkheden ligt. Maar het is duidelijk dat het sowieso wél binnen de mogelijkheden van mijn ploeggenotes ligt. Dus spelen we op safe. Ik kan me vinden in het feit dat ik voor ritzege(s) mag gaan. Soms moet je keuzes maken.”

Wat dat ploegenspel betreft… Heb je nog teruggedacht aan Parijs-Roubaix? 
“Ja. En ik heb geen spijt van mijn keuze om daar de kaart van de ploeg te trekken. Dat had ik de avond ervoor zo aangegeven. Geen haar op mijn kop die er ’s morgens aan dacht dat ik op het podium zou staan. Dus ik moet daar blij mee zijn. Maar als je de wedstrijd herbekijkt, dan stel je vast dat we de zege wel uit handen geven. Met de sterkte van onze ploeg hadden we kunnen winnen. Nee, niet per sé ik. Er zijn meerdere scenario’s om Parijs-Roubaix te winnen.”

Kopecky op de kasseien van Roubaix – foto: Cor Vos © 2022

Analisten vinden je te lief. Waarom jezelf wegcijferen als je kan winnen?
“Omdat Chantal (Van den Broek-Blaak, red) ook al had bewezen in goede vorm te zijn. En ik lig nog minstens tot eind 2024 onder contract. Ploegsfeer vind ik heel belangrijk. Dankzij mijn ploegmaats heb ik Strade én Ronde van Vlaanderen kunnen winnen. Nu was het aan mij om hen bij te staan.”

Staan vrouwen daar anders in dan mannen? 
“Misschien wel. Elke kans die zich voordoet, moet je grijpen, hoorde ik vaak. Ik heb een ander keuze gemaakt en heb daar geen spijt van.”

Je status is intussen veranderd. In het peloton, maar ook in de maatschappij…
“Haha, inderdaad. En daar sta ik niet voor te springen, maar het is de nieuwe realiteit. Het vrouwenwielrennen betekent stilaan wel iets, besef ik nu. Het was schrikken om in het sportnieuws op tv eerst het verslag van de vrouwen-Ronde te zien, vóór die van de mannen. Ook mezelf op de covers van de maandagkranten zien, voelde vreemd aan.”

Er zijn ook meer ogen op jou gericht.
“Daar leer ik mee omgaan. Al ebt het nu wel weer een beetje weg hoor. Maar ik word inderdaad sneller herkend en dat is niet altijd een voordeel. Zoals vorige week op de luchthaven van Edinburgh. Bij de check-in raapte ik een bananenschil op die iemand op de grond had gegooid. Het aanschuiven duurde lang en er was geen vuilbak in zicht, dus liet ik de schil achter op een paaltje. ’s Avonds kreeg ik op Instagram een bericht dat een bananenschil in de vuilnisbak thuis hoort. Ik was er niet goed van.”

Ook jouw manier van koersen wordt geanalyseerd. In de Ronde zou je te passief gekoerst hebben. Doet jou dat iets?
“Ik heb het gelezen. Natuurlijk doet mij dat iets. Ik heb er ook over nagedacht, om te kunnen inschatten of het klopte. In de Strade heb ik zelf aangevallen. In de Ronde nam ik niet over toen ik in het wiel van Annemiek van Vleuten zat, maar dat was omdat ofwel Christine Majérus ofwel Marlen Reusser voor mij uit reden. Twee ploegmaats. En waarom zou ik op de Paterberg overnemen van Annemiek als ik weet dat ik de snellere ben aan de finish? Stel dat ik dat wél doe, of aanval, en ik word daarna gelost, heb ik een domme koers gereden. De mensen moeten een beetje de context zien. Er zijn twee kanten aan een verhaal.”

Intussen blijft de belangstelling voor het vrouwenwielrennen groeien. Hoe kijk jij daar naar?
“Zeer positief! Het heeft er onder meer toe geleid dat SD Worx zijn partnerschip met de ploeg verlengt tot eind 2026. Het vrouwenwielrennen wordt niet alleen populairder, maar ook professioneler. Daar heeft de belangstelling van de media uiteraard mee te maken.”

Winst in de Ronde van Vlaanderen – foto: Cor Vos © 2022

Al is er nog wat werk. Zo zal de Giro wellicht ondersneeuwen tijdens de Tour voor mannen.
“Dat is waar, maar niet alles moet altijd live op tv komen. Als we ’s avonds een vermelding krijgen in Vive le Vélo (praatprogramma op Sporza tijdens de Tour, red), zijn we ook al tevreden. Tijdens onze eigen Tour de France zal de aandacht wél weer een stuk groter zijn.”

Hoe kijk jij naar die Tour?
“Ik vind het bijzonder spannend en heb hoge verwachtingen. Hopelijk word ik niet teleurgesteld. Bij de mannen is de Tour de belangrijkste wedstrijd van het seizoen. Renners vechten als het ware om in de selectie te geraken. Het zal bij ons wellicht niet anders zijn. Ik merk nu al dat de Tour ook in het vrouwenpeloton heel hoog staat aangeschreven, dat de belangstelling groot is en dat het sterkst mogelijke deelnemersveld er aan de start zal staan. De gele -, groene – en bollentrui, dat spreekt toch een beetje tot ieders verbeelding.”

Er komt wellicht ook een Milaan-San Remo voor vrouwen. Alweer een stapje vooruit.
“Mooi. Ik hoop dat het ook iets speciaal wordt. Geen 300 kilometer zoals bij de mannen, maar waarom geen 200? Om dan in de finale de Poggio op te knallen.”

Blijf jij in de toekomst de weg en de piste combineren?
“Ja. Ik blijf dromen van een medaille op de Olympische Spelen. Het omnium en de ploegkoers zijn mijn twee nummers. Als ik met reële medaillekansen naar Parijs wil, moet ik mij daar honderd procent voor inzetten, dus is het belangrijk om die baanwedstrijden mee in te plannen.”

Volgen er nog uitstapjes naar het veldrijden?
“Volgende winter niet, vrees ik. Het WK baan duurt tot half oktober en het EK valt al half februari. Dan past zo’n uitstapje daar niet goed in. Dat zal iets voor later zijn…”



Lees verder op Wielerflits.nl

Deel dit nieuws :