Fantastische Vuelta-start en populariteit Jumbo-Visma bieden veel kansen

Artikel van Wielerflits:Raymond Kerckhoffs

Analyse

Met knikkende knieën kwam Javier Guillén in 2009 naar Nederland. Het was zijn debuut als koersdirecteur van de Vuelta a España. In de toen 64-jarige geschiedenis van de Ronde van Spanje liet hij de wedstrijd voor het eerst buiten het Iberische schiereiland starten. Assen werd destijds een experiment genoemd. Maar het succes van de ‘Gran Salida’ in Drenthe was zo groot, dat ook de Vuelta inzag dat hun evenement groot genoeg was om buiten de landsgrenzen te starten.

Dertien jaar later is de situatie heel anders. “Deze dagen voelen als thuiskomen”, constateerde Guillén ditmaal na de drie ritten op Nederlandse bodem. De Spaanse organisatie had op een half miljoen toeschouwers tijdens de drie dagen gerekend. Het werden er bijna een miljoen.

Donderdagavond was de aftrap met de ploegenvoorstelling waar 12.500 mensen waren. Liefst 260.000 mensen omzoomden het tijdritparcours in Utrecht. In de tweede rit van Den Bosch naar Utrecht waren naar schatting 375.000 toeschouwers. Terwijl er tijdens de zondagrit rondom Breda zo’n 350.000 toeschouwers waren. Een totaal van 997.500 Nederlanders die ‘La Vuelta’ omarmden.

Cijfers waar ze ook in Spanje van duizelen. Op zo’n 1500 kilometer van hun landsgrenzen blijkt de Vuelta enorm te leven. “Nederland ademt fietsen en een deel van ons hart zal voor altijd hier zijn”, vertelde Guillén in Breda.

Jumbo-Visma ploeg met de drie leiderstruien op het podium. Foto: Cor Vos

Nederland heeft zich opnieuw als wielerland op de kaart gezet. De afgelopen dagen waren andermaal een enorme promotie voor de wielersport. Zoals Nederland zulke volksfeesten in het verleden ook al met Tour-starts in Amsterdam, Scheveningen, Leiden, Den Bosch, Rotterdam en Utrecht vierde. Giro-starts in Groningen, Amsterdam en Apeldoorn. En Vuelta-starts in Assen en nu dan in Utrecht.

De drie grote rondes gingen dit jaar alle drie ver van hun bakermat van start. De Giro d’Italia kende een ‘Grande Partenza’ in Budapest, terwijl ‘Le Grand Départ’ van de Tour de France in Kopenhagen plaats vond. Utrecht sloot met de ‘Gran Salida’ van de Vuelta a España het rijtje af.

Na de overweldigende Tour-start in Denemarken schreef ik al dat de grote rondes verplicht het buitenland moeten opzoeken. Het zou een regel moeten worden binnen het UCI-reglement dat een grote ronde 24 dagen mag duren, mits er minimaal vier ritten in het buitenland plaats vinden. Op die manier kun je wielersport in andere landen een enorme boost geven.  Voor de wielersport bieden deze buitenlandse avonturen van de grote rondes enorme kansen. De mondialisering verder uitbreiden is voor het wielrennen nu eenmaal een must.

Zeker nu de reorganisatie van de kalender hoog in het vaandel staat bij de UCI, en sommige partijen zich hard willen maken dat de Giro d’Italia en de Vuelta a España een week korter moeten, moet het succes van de grote rondes in het buitenland eens goed bestudeerd worden.

De Vuelta heeft de afgelopen dagen in Nederland andermaal aangetoond hoe groot de magie van de grote rondes is. Rijen dik stond het volk bij de start, bij doorkomsten in dorpen en aan de finish. Een groot verschil in het verleden met de Benelux Tour (voorheen BinckBank Tour en Eneco Tour), die met een gelijkwaardig deelnemersveld slechts een handjevol publiek naar de aankomstenplaatsen lokte.

Enthousiasme
De renners genoten van het enthousiasme. “De mensenmassa’s zorgden voor kippenvel op mijn armen”, zei veteraan Alejandro Valverde voorbij de finish in Breda. De Spanjaard is aan zijn 32ste (!) grote ronde bezig, maar hij vond het parcours in Nederland wel verwarrend. “Het leek af en toe wel of we zeven keer door hetzelfde dorpje reden, terwijl het steeds andere plaatsen waren.”

Start van de Vuelta a Espana in Breda. Foto: Raymond Kerckhoffs

“Dit waren super leuke dagen”, oordeelde ook Wilco Kelderman. “Ik heb er weer van genoten. Al leek het in de rit rond Breda wel alsof we de hele dag een criterium reden. Kleine dorpjes, klinkers, veel obstakels, veel bochten links en rechts. Dat maakte het hectisch, maar we zijn er goed doorgerold.”

De meeste ogen waren tijdens de 388,3 Nederlandse kilometers op Jumbo-Visma gericht. De ploeg die na de winst in de ploegentijdrit de rode leiderstrui liet rouleren van Robert Gesink naar Mike Teunissen en vervolgens richting Spanje is Edoardo Affini de gelukkige. Overal waar het geel-zwart zich liet zien, werd er enthousiast gejuicht.

Vrijwel niemand in Nederland zal een gezicht kunnen plaatsen bij Chris Harper, Edoardo Affini, Sepp Kuss of Rohan Dennis, maar zodra een renner uit de Nederlandse ploeg zich liet zien, werd hij warm verwelkomd.

Populair
Het geeft aan hoe populair Jumbo-Visma na hun succesvolle Tour de France in Nederland is geworden. Was er in Frankrijk nauwelijks een Nederlands aandeel (alleen Steven Kruijswijk) in de Tour-zege van Jonas Vingegaard, deze Vuelta-start maakt duidelijk dat de ploeg door het volk zeker als een Nederlands team wordt omarmd.

Natuurlijk heeft het ‘rojo’ om de schouders van Gesink en Teunissen het enthousiasme van het Nederlandse publiek voor deze Vuelta a España extra aangewakkerd. Zij waren die extra katalysator die dit evenement deed slagen.

De start van een grote ronde in Nederland is een mooi feest, maar dit succes moet ook worden aangegrepen om de wielersport in de breedte te ondersteunen. Zowel het bedrijfsleven als de overheden moeten nu worden aangesproken om te investeren in de toekomst van de wielersport. Dat betekent investeren in de jeugd, maar ook in kleinere wedstrijden en wielerclubs op laag niveau.

Jumbo-Visma pakte dit in Utrecht al goed op met een supporterszone, waar iedereen een kijkje achter de schermen kon krijgen. Ook werden er door Jumbo-Visma diverse jeugdwedstrijdjes rondom deze ‘Gran Salida’ georganiseerd. Dit soort initiatieven zouden veel vaker plaats moeten vinden. Het succes van deze Vuelta-start, maar zeker ook de huidige populariteit van Jumbo-Visma bieden nu immers veel kansen.

Het is een oud en misschien afgezaagd gezegde, maar het geldt in deze situatie nog altijd: je moet het ijzer smeden wanneer het heet is. Javier Guillén maakte daar in Breda al gebruik van. “We zullen snel weer terugkeren naar Nederland”, liet hij weten.



Lees verder op Wielerflits.nl

Deel dit nieuws :